|
Toen we van Antigua vertrokken arriveerden er juist drie cruiseschepen,
maar op Sint Maarten (het Nederlandse deel) troffen we er zeven en drie
in St.Martin (het Franse deel). Bovendien maakten we kennis met het
fenomeen “the Rhino’s”: knalgele opblaasspeedboten met toeristen erin
die in een lange sliert achter de leider aan scheuren door de baai. Tja,
als cruiseschippassagier moet je toch wat…
Het Franse deel heeft wat weg van de Rivièra maar het Nederlandse deel
spant de kroon. Hier vliegen de superrijken in hun privé jets naar hun
megajacht om zich te meten met hun collega-superrijken en zich vervelen
in trendy horlogewinkels, modezaken en galerieën. We zitten altijd
te grappen dat de rijkdom van een megajachteigenaar is af te meten aan
het aantal zalingen (met vijf sets in de hoofdmast hoor je er helemaal
bij) en vooral: het aantal champignons. Geen eetbare helaas, maar we
bedoelen er die bolvormige witte antennes mee, waarvan je er eigenlijk
minstens drie moet hebben. Zwarte zijn zeldzaam: truffels dus.
We liepen ook weer vele oude bekenden tegen het lijf, want St.Maarten is
het mekka van het Caribische jachtleven. Veel boten in grote baaien en
dus grote afstanden, zeker als je je beweegt tussen de NL en de Franse
kant want er is ook nog een flink stuk niemandsland, waar geen boot ligt
en waar de grens slechts ongeveer is bepaald, want hij is maar aan één
kant aangegeven door middel van een grenspaal en vlaggen. De meeste
yachties liggen aan de Franse kant, die aanzienlijk goedkoper is qua
inklaringskosten en havengeld (en waar ook de zeilers-vlooienmarkt
is), en hebben daarom superdinghy’s met dikke
buitenboordmotoren. Wij hebben die dingen niet, maar gelukkig hielp
Richard ons uit de brand toen we Winnie van het vliegveld gingen halen. |
Winnie is JW’s nichtje
(dochter van zijn oudste broer) en met haar gingen we de omliggende
eilanden verkennen. Maar eerst nog even met de bus naar het onverwacht
toch gezellige Philipsburg, de hoofdstad van het NL deel waar je leuk
over de boulevard kunt wandelen en kijken hoe de cruiseschippassagiers
big money spenderen: Bulgari, Gucci, Prada, Rolex, zonnebrillen,
camera’s… Hilarisch om te zien en ook hilarisch dat de
cruiseschippassagiers inderdaad braaf doen wat van hen wordt verwacht,
want ze zijn allemaal in het nieuw gestoken.
Tussen de vele souvenirwinkels ontdekten we het plaatselijke museum waar
de geschiedenis van St.Maarten in beeld is gebracht, te beginnen bij de
oorspronkelijke bewoners: de indianen. En tot onze steile verbazing was
een van de pronkstukken van de collectie een foto van een indiaan die
wij heel goed kennen… kapitein Euwka met net zo’n imposante hoofdtooi
als die waarmee hij ons een paar jaar geleden ontving… in Sipaliwini… in
het diepe zuiden van Suriname!!!
Winnies zeedoop vond plaats tussen Sint Maarten en Sint Eustatius. Ze
bofte want de zee was rustig en de koers comfortabel. Toch was ze erg
blij toen we aankwamen… niet op Sint Eustatius, want daar zijn we toch
maar langs gevaren. Niet zozeer vanwege de enorme olie-overslaghaven,
maar wel vonden we het uiterst verdacht dat er geen enkel jacht geankerd
lag. Er stond dan ook een zuidoostelijke swell van heb ik jou daar, en
een nacht daarin liggen rollebollen wilden we Winnie niet ook nog eens
aandoen. Dus doorgezeild naar St.Kitts, waar we met het laatste daglicht
aankwamen en het anker in redelijk rustig water lieten vallen.
|
St.Kitts is een nogal dor
eiland, hetgeen werd gereflecteerd door de bureaucratische
inklaringsprocedure want dat was weer een langdurig gebeuren met veel
zeikerige vragen van de ambtenaar. In het stadje Basseterre was het een
drukte van belang want er lag zoals gebruikelijk een cruiseschip, zodat we
’s middags de genua uitrolden en vier mijl verschoven naar een
paradijselijke baai. Waarmee voor Winnie het Caribische gevoel nu echt op
gang kwam. Haar Caribische droom was helemaal compleet toen we twee dagen
later arriveerden op het aardige buureilandje Nevis, waar de celebreties
(Britney Spears, Mel Gibson, Oprah Winfrey en Beyoncé) zich gewoon inlaten
met de rasta’s; tenminste ze bleken bezoekers van de rasta-beachbar waar wij
vlak voor lagen. De “hoofdstad” Charlestown staat vol oude gebouwen en geen
straat is er recht. En een horloge kun je er gelukkig ook (nog) niet kopen.
Van Nevis zeilden we naar St.Barth, een Frans eiland en de hoofdstad
Gustavia vol extreem exclusieve winkels. Afgezien van de hoofdstad is het eiland tamelijk onbedorven
met veel schitterende baaien waar haaien en roggen onder de boot doorzwemmen
en zeeschildpadden hun kopje opsteken.
Na twee weken leverden we Winnie weer af op het vliegveld van St.Maarten.
Wij blijven nog even in de buurt van St.Maarten om de makelaar een kans te
geven de boot te verkopen, maar in verband met het orkaanseizoen dat in juli
begint zullen we medio mei terug zeilen naar Trinidad. |