tumblr visitor stats

Eindelijk weer zeilen!

      

Op de valreep hadden we het nog vreselijk druk met een dagje naar Klaaskreek (binnenland), een autorally, weer een dagje naar het binnenland (plantage Worsteling Jacob, mooie naam hè) en een feestje t.g.v. ons eerste bigi jari (5 jaar) in Suriname, maar nu zijn we dan eindelijk echt weer op de boot.
Thuis hadden we een boel bootspullen die niet mogen vliegen (verf, epoxy) en die konden we meegeven met een boot die een week eerder dan wij uit Suriname vertrok. Ook de dieselkachel, spinnaker, een matras en andere grote dingen die we om ruimte te winnen thuis hadden opgeslagen, maar die in geval van verkoop aan boord moeten zijn.

En terwijl Trinidad zich voorbereidt op het carnaval – want carnaval in Rio is beroemd maar Trinidad staat #2 op de wereldranglijst van uitbundige carnavalsfeesten – bereidden wij ons voor op ons komende zeilseizoen. Flink wat te klussen aan boord want bijna een jaar aan haar lot overgelaten, was er toch wel een en ander mis. Accu’s plat omdat de acculader het had begeven, een rotte plek in het doghouse, het teak op het kajuitdak had weer eens losgelaten, enz. Dus maar weer in de buidel getast en drie nieuwe accu’s en een nieuwe lader laten komen. Daarmee kwam ook een elektrotechnicus aan boord en die zag en overwon allerlei elektrische problemen waarvan we soms niet eens wisten dat we die hadden! De koelkast werkt nu ook als we niet aan walstroom liggen en dat soort dingen. Ook bracht hij tot P’s grote vreugde de juiste computerkabeltjes mee waarmee de laptop (inmiddels een Windows 7/64 bits exemplaar) aan Pactor-modem/kortegolfzender (Winlink) en NMEA (GPS) wordt geknoopt. Dus we hebben weer e-mail aan boord en we zien onszelf weer varen op de computer want ook het in Windows7 schijnbaar onoplosbare probleem van de USB-to-serial-adapter die in combinatie met een GPS wordt gezien als een seriële muis die als een dolle over het beeldscherm rent, werd door P gepareerd. (Tip voor de zeilers onder jullie.)

Het kajuitdak werd flink aangepakt: het teak eraf gesloopt, restanten epoxylijm afgekrabd (zat nog behoorlijk vast), en na veel schuren en plamuren een laag polyesterhars met microballoons en antislipverf erop, zodat het dak voortaan meer onderhouds(tropen)vriendelijk door het leven gaat.

Ons reddingvlot is geserviced en dan dan was er nog het gewone onderhoud zoals poetsen en antifouling, de Windpilot die als gevolg van corrosie (zout water en aluminium) helemaal was vastgerot,  met in z’n kielzog de elektrische stuurautomaat die muurvast zat, motoronderhoud inclusief nieuwe stopkabel, enz.enz.

De werf waar Miep was geparkeerd is de goedkoopste van alle werven in Chaguaramas. Wel economisch als je je boot langdurig opslaat, maar minder handig als je er zelf ook bent want nogal ver weg van winkels en restaurants. In ons geval was dat geen ramp omdat JW tot zijn grote vreugde enorme voorraden voedsel in allerlei kastjes aantrof. Genoeg om een maand van te leven! P had in Suriname (november 2009) namelijk geweldig ingeslagen. En voor het gemak haalden we regelmatig lunch (rijst met vis, rund of varken) bij het mevrouwtje dat bij de naburige werf een kantine runt. Ze kookt heerlijk en één portie was genoeg voor twee, ’s avonds aangevuld met een boterham. Een echte meevaller was dat Peter, onze ex-overbuurman in Suriname en tevens de tonijnvisser die onze poesjes naar Suriname heeft gesmokkeld, een week op zakenreis ging naar St.Maarten en Miami. En hij was zo aardig om ons zijn auto te lenen! Dus gerieflijk boodschappen doen i.p.v. sjouwen met tassen, gasflessen e.d. IJsblokjes hoefden niet meer onderweg te smelten (ook al ren je, over 3 km doe je toch 10 minuten en daar kan ijs in de tropen niet tegen), en we konden naar hartelust rondtoeren. Na een dag van hard werken het stof van de werf van ons af spoelen in Macqueripe Bay waar je doordeweeks een kanon kunt afschieten maar op zondag is het er bomvol en bruisend, zeker als het ook springvloed is en slippers en surfboards tot ieders hilariteit doorlopend wegspoelen van het smalle strookje strand dat dan nog over is. En de toerist uithangen: een rit door het tropisch regenwoud gevolgd door een broodje haai zo groot dat het bijna terughapt op Maracas Beach – we doen het elk jaar maar het blijft leuk, en dat het zonnige weer zojuist was omgeslagen en het pijpenstelen regende mocht de pret niet drukken. Helaas bleef het beestenweer zodat op de stranden weinig lol te beleven was, en we verzetten onze bakens naar een stedenbezoek.

San Fernando wordt ook wel de industriële hoofdstad van Trinidad genoemd, maar is heel anders dan Port of Spain. Niet spectaculair dus geen toerist te zien, maar vriendelijk en vooral: chaotisch. Rond een heuvel gebouwd en overal eenrichtingsverkeer (niet altijd aangegeven), geen richtingborden, smalle steile straten en 100.000 andere weggebruikers, kortom verkeerstechnisch een nachtmerrie. Wel goed voor de contacten want we moesten doorlopend de weg vragen aan hartelijke mensen die best snapten hoe ondoenlijk navigeren in deze stad is voor een onbekende, en één man stapte zelfs in om ons naar het restaurant van onze keuze te begeleiden. Anders zouden we het nooit vinden zei hij (en daar had hij groot gelijk in), en hij moest toch in die buurt zijn. A ride for a guide.

Het werkschema liep nogal uit waardoor ons vertrek uit Trinidad eigenlijk vlak voor carnaval zou komen te liggen. Beetje jammer, want Trinidad is echt beroemd om de kleurrijke kostuums en acts en wie gaat er nou weg als Het Feest van het Jaar eraan komt?! Dus we besloten nog even te blijven.
Maarrrr… niets veranderlijker dan een stel zeilers en toen opeens de wind naar oost draaide met voorspelling dat ie daags na carnaval weer terug zou zijn in het noordoosten, verwierpen we het carnavalsplan en kozen we voor easy sailing. Wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen, en vooral het eerste stuk van Trinidad naar het noorden wordt gedomineerd door heftige dwarsstroom die je 40 graden wegzet en je laat stuiteren op een vervelende zee. Volgend jaar is er weer carnaval (en we maken ons geen illusies dat de boot dan zal zijn verkocht).
De boot ging voor Trinidadse begrippen vlot te water (d.w.z. op de geplande dag) en we meerden af aan het drijvende eiland van Peters vier tonijnschepen. De Indonesische bemanning ontving ons enthousiast met douche en diner (en ze vroegen direct hoe het met de poesjes ging), en met hulp bij de montage van de Windpilot, die op het laatste moment nog in revisie was genomen door Peter en een van zijn engineers.

En nu: eindelijk weer zeilen!

       Vorige      Volgende