|
In St.Pierre/Martinique kregen
de poesjes hun tweede vaccinatie en Miep kreeg nog wat motoronderdelen.
Mooie aanleiding om weer een auto te huren om de motoronderdelen op te
pikken en nog wat rond te tuffen.
Helaas bleek een van de gewenste onderdelen, een nieuwe motorsteun, niet
van het juiste type te zijn en het correcte exemplaar moest opnieuw
worden besteld in Europa. Dus nog een paar dagen verplicht stokbrood en
Franse kaasjes eten. Maar helaas... na vijf dagen wachten op niets
vertrokken we alsnog zonder motorsteun want het ding was blijven hangen
in Parijs om vervolgens verstrikt te raken in het Carnival. En om de
ellende te vervolmaken kreeg Montserrat een hoestbui zodat ons dek
dagenlang vol lag met een laagje vulkaanas. Hardnekkig spul. En overal
(ook binnen) grijze afdrukken van kattenpootjes, zóóóó schattig.
Normaal gesproken is de
zeiltocht naar Bequia een makkelijk halfwinds rak, maar wij hadden
natuurlijk weer harde wind uit het zuidoosten. De enige boten op het
water waren Velsheda
en Miep.
Omdat de koers hoog aan de wind was met de high-aspectfok, maakten we
een korte illegale stop op St.Lucia. Rodney Bay (waar de ARC finisht) is
een prettige baai maar nu werden de geankerde boten anderhalve meter
opgetild door golven die met donderend geraas braken op het strand. JW
was het helemaal zat dus we zeilden door naar Vigie tegenover Castries,
de hoofdstad van St. Lucia en van hetzelfde eiland het grootste geheim,
er komt hier niemand. Vigie is een snoezig klein haventje verstopt
achter de cruiseschipterminal. Helaas wilde het anker niet houden maar
van Julian de ferryman mochten we gerust aan een van zijn moorings (2
biertjes) en vervolgens scheurde hij met ons naar de stad want op zondag
is de supermarkt open tot 1300 uur. Rum, ijs en nieuw bier (ook voor
Julian).
Van Castries zeilden we naar Soufrière Bay; een unieke plek pal onder de
Pitons , de twee puntige bergen die direct in het oog springen als je
St.Lucia nadert. Het is een beschermd natuurgebied en vroeger mocht je
er niet liggen zonder permissie. Dat is nu anders, er zijn zelfs
moorings (en dus boatboys die onmiddellijk toesnellen om je van dienst
te zijn). Goede reden om er even te stoppen want Soufrière is een
gezellig stadje. Rond de kerk zijn enkele mooie klassiek-Caribische
houten gevels en het is druk op straat (en op de stoepen). |
Soufrière is niet rijk. Sneu,
want alle te exploiteren natuur (de watervallen en de Pitons, nota bene HET
image van St.Lucia: de naam van het lokale bier en bovendien het beeldmerk
in de vlag) is hier en niet in Castries, waar het toeristengeld naartoe
verdwijnt.
De huisjes aan de kade zijn behoorlijk bouwvallig, de bewoners hangen wat
rond en de meeste yachties maken zich snel uit de voeten. Jammer, want ze
missen een hoop.
We ontmoetten Max (Mad Max), kunstenaar en knutselaar. Hij construeerde voor
de kids een draaimolen van een oude vrachtwagen-as en betonijzer en de
zitjes zijn houten dolfijnen; en natuurlijk kochten we een houtsnijwerkje
van hem. Opmerkelijk was dat Max niet kon zeggen hoe oud het was. Ze rekenen
met de hurricanes: het ding is van ná Lenny en vóór Omar. Met enige
bitterheid zei hij: “Je bent bij 1 en zo’n hurricane brengt je terug op nul.
Ik heb nu 2x mijn huis gebouwd en straks komt de volgende orkaan en kan ik
weer opnieuw beginnen.” Deze mensen wonen op een A1-lokatie, het uitzicht is
schitterend maar hun zicht op de toekomst is dat allerminst. Als ze achter zich kijken zien ze hun moeizaam getimmerde
huisjes die met één ademtocht omver geblazen kunnen worden.
Natuurlijk gingen we bij het winkeltje verderop wat drinken en maakten
vervolgens kennis met de hele buurt.
In afwachting van de motorsteun moesten we tijd stukslaan en daarom
bezochten we St.Vincent weer eens. Ook alweer drie jaar
geleden dat we in Wallilabou Bay lagen.
In de baai is niets veranderd, nou ja, de steiger is half in elkaar
gestort en er zijn nog wat meer boatboys. Maar
er wordt nog steeds gevist in roeibootjes. Wat wel veranderd is, is de
Wallilabou waterval. Op 10 minuten loopafstand van de baai, een beetje
verstopt in het bos... Nu heet het Wallilabou Heritage Park, hebben ze
met geld van de EG een deel van het bos gekapt zodat je het van de weg
kunt zien liggen, wandelpaden aangelegd en een restaurant. Jammer voor
ons. De prijs van de vooruitgang is dat de onbedorven plekjes steeds
dunner gezaaid zijn, maar mooi is wel dat ze met dit project weer wat
geld uit de zakken van de cruiseschiptoeristen kunnen kloppen. En dat
komt ten goede aan het eiland. |
In Wallilabou hebben we nieuwe
vrienden gemaakt en oude vrienden weergevonden en we vertrokken we met een
grote zak vol grapefruits en bananen naar Bequia. Daar zouden we de
motorsteun oppikken maar na een week was ie nog steeds op Martinique. En
gingen wij naar Tobago, in de hoop dat hij zou worden afgeleverd bij Bago’s
Beach Bar op Tobago.
En jawel, een paar dagen later dan verwacht maar eindelijk hadden we hem in
handen. Fluks gemonteerd, nou ja fluks... ruim een halve dag werk maar hij
paste ten minste. Meteen ook de olie in de saildrive nog eens gecontroleerd
en bingo: er zat weer water in. Zo konden we niet verder naar Suriname.
In de buurt van Tobago zijn twee Volvo Penta-dealers: eentje op Trinidad en
eentje op Grenada. Op Trinidad ben je min of meer overgeleverd aan de goden,
want afspraken worden niet altijd nagekomen en zelfs de Volvo Penta-dealer daar is
niet boven twijfel verheven. Op Grenada zijn ze wat serieuzer en
bovendien is het qua windrichting een beter startpunt voor de terugtocht
naar Suriname. Dus terug naar Grenada.
Geen lolletje, vooral niet voor de katten want op de kant was het
bloedverziekend heet en ze verveelden zich een ongeluk. ’s Nachts zoemden de
muskieten (type: dengue-overbrengers, herkenbaar aan hun gestreepte pootjes)
in onze oren en sliepen we als mummies ingepakt in een laken in de kuip. En
als de zon opkwam konden we weer achter de leveranciers aan lopen want als
je in de ochtend afspreekt komen ze op z’n vroegst ’s middags, een paar
minuten is een uur en een dag is zo voorbij. Bestelde onderdelen zijn altijd
de eerste keer verkeerd, ook nu weer in het geval van een nieuwe schroefas,
maar volgende week drijven we weer en kunnen we eindelijk richting Suriname.
Zes of zeven dagen zeilen tegen wind en stroom in. Je kunt ons "live" volgen
via de Scheepsberichten.
Inmiddels hebben Rita van den Hoogenband (in baan 1) en Roberta Terpstra (in
baan 2) zich allebei gekwalificeerd voor de Caribische kattenzwemploeg in de
juniorensectie, met als specialiteit nachtduiken. Gelukkig weten ze zich
helemaal zelf in veiligheid te brengen. Het levert natuurlijk wel een boel
zielig gebibber op, in Roberta’s geval waarschijnlijk om een extra snackje
af te dwingen want die denkt uitsluitend aan eten. |