|
Op Dominica constateerden
we na aankomst vanuit Martinique een plots invallende duisternis, maar
op en rond Guadeloupe is het licht weer aan. Oui, c’est l’Europe,
een hemelsbreed verschil. Meer mensen, meer geld (ook voor
elektriciteit) en meer kleur (omdat je met meer geld meer verf kunt
kopen). Ook meer toerisme.
Het eerste eiland dat we aandeden in de Guadeloupiaanse archipel was
Terre de Haut, onderdeel van Les Saintes, de waddeneilanden van
Guadeloupe en vergelijkbaar met Vlieland en Terschelling. Er wonen 500
mensen op dit eiland maar dagelijks lopen er 2x zo veel mensen rond.
Daarom barst het van de terrassen. We kozen er eentje aan het strand en
legden er voor twee bier en twee cola maar liefst €18 neer! (of is dat
niet veel?) Op Dominica kun je voor dat geld met twee personen dineren,
en in Suriname kun je dat zelfs twee keer.
Dit kleine eiland heeft maar liefst vier mooie baaien. Wij ankerden in
de zuidelijkste baai, drie kwartier lopen naar de stad (via een hoge
berg) en over water met de bijboot 1,5 mijl. Een rustige plek dus. Een
bijzonderheid van Les Saintes is de eenheidsklasse traditionele open
zeilboten: diepe S-spanten zonder ballast, want dat laatste wordt
gevormd door vijf bemanningsleden die tijdens het racen in trapezes
hangen. Er wordt enthousiast mee gezeild maar vaker liggen ze op het
strand i.v.m. continu onderhoud. De boten zien er dan ook superstrak
uit.
|
De archipel bestaat uit
een tiental eilanden en Guadeloupe zelf bestaat uit twee niet
gelijktijdig gevormde hompen die van boven gezien het model van een
vlinder vormen. De naamgeving van beide eilanden lijkt een beetje
eigenaardig want Grande Terre is het kleinste van de twee, terwijl Basse
Terre het jongere en dus hoogste eiland is; net als bij de Saintes slaat
de naam op de ligging t.o.v. de wind en niet op het model.
Natuurlijk snorkelden we elke dag en aangezien de baaien hier vol liggen
met leeggehaalde conchs waarin allerlei kleine zeebeestjes domicilie
hebben gekozen, kregen de poesjes elke dag een nieuwe schelp gevuld met
slijmerige slakken, kleine krabbetjes (trots als prooi bij ons in bed
gedeponeerd), zeesterren enz., dus ze hadden het druk.
Op Guadeloupe ankerden we in de hoofdstad, Point à Pitre. Onder de rook
van een vulkaan (er komt de hele dag een pluimpje uit maar je ziet het
alleen als er geen wolk boven hangt, en dat is niet vaak) en pal naast
de marina waar ze van alle gemakken zijn voorzien. Ook een 35-tons
travellift, mooie aanleiding om Miep eventjes op de kant te halen want
we hadden water geconstateerd in de olie van de saildrive. En een
saildrive is zo geconstrueerd dat de olie alleen kan worden afgetapt
door het eruit te laten lopen. Duur grapje iedere keer. Enfin, beter ten
hele gekeerd dan ten halve gedwaald en na een jaar in Suriname
constateren dat alle tandwielen zijn verrot, dus een nieuwe seal laten
monteren, nieuwe olie, van alle vervangen items ook een
reserve-exemplaar aangeschaft, beetje armer maar wel weer een zorg
minder. Meteen ook een nieuwe motorsteun besteld op Martinique, die
pikken we op de terugweg op. |
Point à Pitre is de hoofdstad
van de Franse Antillen. Net als in Fort-de-France (Martinique) een netwerk
van winkelstraten met opvallend veel schoenenzaken en lingerie. Mede door de
“architectuur” is het een rommelig geheel, maar vergeleken met F-de-F wel
gezelliger. Bedrijvigheid alom, vooral op de markt waar we een mooi stuk
tonijn kochten en verse groente te kust en te keur.
Drie mijl verderop ligt het kleinere Gosier, met als attractie het Ilet de
Gosier vlak voor de kust. De hele kust van Grande Terre is omzoomd met witte
stranden (koraalzand) plus turquoise zee, en dat houdt automatisch in:
badgasten. Ilet de Gosier ziet er uit de verte idyllisch uit met z’n
snoezige vuurtorentje en het rif eromheen (al lig je er niet beschut voor de
wind, er zijn geen golven), maar dichterbij gekomen bleek het geheel bevolkt
met Fransen op vakantie vanuit het moederland die ook een dagje op een
mini-eiland willen doorbrengen. En verwend als wij zijn met relatief
onontgonnen eilanden zoals Dominica en Tobago, waar het contact met de
locals vanzelfsprekend is (we hebben een heel klein beetje de indruk dat de
blanke Fransen zich een beetje hautain gedragen t.o.v. de gekleurde Fransen,
waarschijnlijk uit angst. Het is belachelijk en idioot en dit is het eerste
eiland waar we dit tegenkomen in die vier jaar die we al rondzeilen maar het
betekent andersom ook dat de locals hier niet direct weten wat ze aan ons
hebben...), vonden we het tijd om aan onze kuierlatten te trekken.
Guadeloupe... wat ons betreft geen topper. De Saintes liggen op een goeie
plek als stop-over en route naar St.Maarten e.o. Maar voor de rest... |