|
Wat we nog niet hadden
verteld, is dat Miep in maart een ongelukje heeft gehad terwijl ze
nietsvermoedend aan haar ankerboei op de Surinamerivier lag te dobberen.
Aangevaren door een andere zeilboot die was losgeraakt van z'n mooring
(niet goed vastgelegd). Die boot is met z'n scheg/roer aan de staalkabel van
onze mooring blijven hangen en heeft die op de golven half doormidden
gezaagd. Collega-zeilers bonden die boot langszij Miep en propten er nog
wat stootwillen tussen, maar intussen was de bakboordzijde zwaar
beschadigd. Toen kenterde het tij, de golven werden hoger en de
staalkabel brak. De boten raakten met z’n tweetjes op drift en belandden
aan lager wal tegen een stalen ponton. Waarbij Miep tegen het ponton
lag, zodat nu ook de stuurboordzijde over de gehele lengte was
beschadigd. Vervolgens zijn ze tegen een paar palen aan lagerwal
terechtgekomen en toen werden wij gebeld. Binnen 5 minuten waren we ter
plaatse en startten de motor zodat we de boten veilig konden afmeren.
Het resultaat: lakschade aan de ene kant 100%, aan de andere kant 60%.
en Zeerailing verbogen en beschadigd, enz enz. De verzekering achtte het
raadzaam dat een expert kwam kijken, maar wegens gebrek aan
jachtindustrie in Suriname moest hij helemaal komen vliegen uit Grenada
(Caribisch gebied). Gelukkig dat ons huis zo’n mooie logeerverdieping
heeft. De schade aan onze boot werd getaxeerd op €13.500,00.
Vervolgens stelde de verzekering voor dat we op Trinidad offerte zouden laten maken voor de reparaties, de offerte
ter goedkeuring naar de expert in Grenada, daarna naar de maatschappij
en wachten op akkoord en vooral: het geld. De gang van zaken op Trinidad
en bij verzekeringsmaatschappijen kennende, zouden we zó twee of drie
maanden verder zijn. Daarom stelden we voor dat ze het geschatte
schadebedrag zouden uitbetalen en dat deden ze. Verstandig voor hun
eigen portemonnee want met bijkomende kosten was in de taxatie geen
rekening gehouden. Maar vooral interessant voor
ons, want arbeid kunnen we ook zelf leveren en wat is er mis met een
beetje hard werken?
Zo ging Miep in Suriname
op de kant en konden we allerlei extra dingen doen. Bijvoorbeeld een
nieuwe schroef, want de schroef die ons was geleverd na verlies van de
Maxprop
veroorzaakte cavitatie en motorvibraties in “oude zeetjes”. In elk geval is het ding alvast flink bereisd want na te
zijn afgestuurd uit Denemarken kwam hij via Malmö, Keulen, Philadelphia
en Louisville terecht bij de Surinaamse douane op Zanderij, waar P hem
na het afwerken van een enorme papierwinkel en vooral veel blijven glimlachen, uiteindelijk
zonder betaling
van
steekpenningen uit de handen van een driesterren-douanier wist los te weken. |
Voor de schilderbeurt lieten we verf uit Nederland komen (moest ook via
douane, andere mannen maar zelfde geouwehoer). Onze vertrouwde
Doublecoat, uitstekende tweecomponentenlak van De IJssel.
Liefst te verwerken bij een temperatuur van 19°C, dus een licht probleem
hier in de tropen. Maar we hebben al bijna 20 jaar ervaring met het
schilderen van Miep en de fabrikant had geadviseerd m.b.t. het
gebruik van een vertrager, dus dat kwam helemaal goed. Lakken bij het
ochtendkrieken als het nog maar 26° is en voordat de speciale
droge-tijd-zonsopkomstkevertjes arriveren, die niet alleen in de natte
lak gingen zitten maar er ook nog eens diepe sporen in trokken!
Oneffenheden werden gepolijst met de poetsmachine die we speciaal voor
dat doel hadden aangeschaft. Om dat ding urenlang tegen de romp te
houden zijn spierballen nodig, die voor een groot deel werden geleverd
door onze vriend Marius (65).
en Wel een beetje beschamend dat een bejaarde
een jonge blom van 50 moet bijstaan. Veel bijstand ook van de
Venezolaanse vissers die hun Pipo-de-clown-en-Mamalou-boten hier laten breeuwen. Maar volgens JW
gold hun belangstelling pas in tweede instantie de boot en kwamen ze
eigenlijk voor P’s benen.
Tot slot werd de naam er weer netjes op geplakt want gelukkig is
computergestuurd plakfolie snijden sinds 2 jaar ook in Suriname
doorgedrongen, en zo is Miep weer helemaal mooi.
Nu we geen ambities meer
hebben om de wereld te omzeilen en de boot dus geen dienst hoeft te doen als
verhuiswagen, kon Miep weer worden hersteld in haar oorspronkelijke staat.
Dat wil zeggen het spookhuis staat er nog op, maar het griezelkabinet is
niet meer. En om meer leef- en vooral slaapcomfort te creëren in de tropen,
zijn er in het kajuitdak diverse ventilatieluiken verschenen benevens een
ventilator boven ons bed.
Het immer
lekkende voorluik werd voorzien van een nieuw rubber.
Het teak op het kajuitdak was uit zichzelf
losgekomen maar zit nu weer vast , de schoorsteen is in deze contreien niet
meer nodig en de gasbun werd aangepast aan de in de Carieb
gangbare Amerikaanse gasfles. Al deze verbouwingen resulteerden uiteindelijk
in een complete schilderbeurt van het dek, en toen we toch bezig waren
hebben we het interieur ook nog maar even aangepakt. Alle schotten, deuren
en kastjes weer lekker fris. Ook aan de bijboot werd gedacht: die kreeg weer
eens een nieuw jasje. Da’s niet voor het mooi maar puur noodzakelijk want
onze bijboot is een Zodiac en dus gemaakt van pvc, dat niet bestand is tegen
UV-straling. Volgende keer een bootje van hypalon. |
De roerproblemen lijken eindelijk definitief tot het verleden te behoren. Eerdere
oplossingen van bussen in lagers hielpen niet want het roer bleef speling
vertonen, maar JW ontdekte nu dat de roerkoning een beetje los in het roer
zat. De roerkoning wordt in het met PU-schuim gevulde roerblad op z’n plaats
gehouden door twee vingerlingen die eraan vastgelast waren. Maar de tand des
tijds en wellicht ook de wijziging die we aan het roerblad hebben
aangebracht (verdiept) hebben hun tol geëist en nu bleken de vingerlingen te
zijn afgebroken. Zwaarder laten uitvoeren, extra verstevigen ,
vastlassen en vullen
met glasvezel en polyesterhars, dichtmaken met glasmat, afdekken met
epoxyteer en klaar was kees.
We schaften een zware bankschroef aan waarin de scepters weer netjes werden
rechtgezet en na wat polijstwerk ziet het er allemaal weer gelikt uit.
Marius heeft zich ook nog erg uitgeleefd op het onderwaterschip, dus dat is
nu akelig glad en voorzien van twee dikke lagen antifouling. Tot slot kreeg
de weer glimmende romp een zilveren
waterlijn als puntje op de i. De boot wilde helemaal niet meer weg volgens
de travellift operator, want op de valreep in de slings moest hij nog
toeschieten om enkele
motorperikelen te overwinnen.
Toeval bestaat niet. We hadden
in Nederland een nieuwe rolgenua besteld, maar de pees van het voorlijk was
net iets te dik. Niet de fout van Hagoort Sails, want die hebben keurig de
specificaties van Furlex (de rolinstallatie) aangehouden. Maar de service
van Hagoort ging zo ver dat ze een nieuwe lufftape opstuurden inclusief
tweezijdig klevend plakband en zelfs garen, zodat we het eventueel zelfs in
Suriname konden laten aanpassen. Hagoort wist natuurlijk niet dat hier
helemaal geen zeilmakers zijn. Hoewel... Vlak
voor ons vertrek arriveerde een Franse zeiler in Domburg die bleek zeilmaker
te zijn EN een industriële naaimachine aan boord te hebben. Voor €50 verving
hij het voorlijk. In de bloedhitte vijftien meter lostornen en vijftien
meter aannaaien en dat allemaal in zijn kajuit. Het zeil is 38 vierkante
meter, dus hij zat in een wolk van zeil. Maar het is keurig gedaan en nu kunnen
we
met ons nieuwe rolzeil naar Trinidad, in plaats van hannesen met
niet-reefbare voorzeilen.
Dus nu is Miep klaar om te zeilen. En wij zijn er ook klaar voor. Na een
proefvaart met Viviane en de nieuwe genua naar het strand van Braamspunt , vertrekken we half oktober uit Suriname. Eerst naar Tobago en Trinidad in afwachting van
het einde van het hurricaneseizoen, want van de verzekering mogen we ons pas
na 31 oktober boven 13°N wagen. En dan zeilen we noord richting Martinique,
Dominica en de SSS-eilanden. En in maart/april 2010 weer terug naar huis.
Suriname dus. |