|
Met de bus gingen we naar
Salvador, de hoofdstad van de staat Bahia in het noordoosten van
Brazilië. Je koopt je kaartjes een paar dagen van tevoren en reserveert
meteen de stoelen (beetje voorin want het toilet zit achterin) en bij
vertrek wordt de bagage keurig ingecheckt. De bussen rijden exact op
tijd over de meestentijds tweebaans wegen, stoppen elke vier uur voor
een half uur; tv (dvd) aan boord (Portugees nagesynchroniseerd) en het
belangrijkste: comfortabele stoelen met een overdaad aan beenruimte,
type business class in een vliegtuig. De 2100 km naar Salvador lagen in
35 uur achter ons. En onderweg zie je nog eens wat. Ander verkeer , de ene fazenda na de
andere, ondergelopen land, provinciedorpen. Alle huizen laagbouw met
rode dakpannen die groen/zwart zijn uitgeslagen. Het landschap was een
beetje saai, al zagen we toch wel verandering: de pinapalmen werden
gaandeweg ingeruild voor allerhande cactussen.
Onze Franse vrienden die we in Belém hadden ontmoet, hadden ons de
pousada La Villa Française (www.lavilafrancaise.com) aanbevolen en dat bleek een uitstekende plek.
Niet middenin het centrum dus minder riskant qua berovingen, en vlakbij
het strand. De pousada (guesthouse) wordt gedreven door twee Franse
dames, Stéphanie en Nathalie. Allebei behulpzaam tot in het oneindige en
Stéphanie spreekt bovendien uitstekend Engels, al begint JW nu ook al
enige woorden Frans te spreken!
Salvador deed ons denken aan Las Palmas, vooral het stadsdeel (Barra)
waar wij vertoefden. De eerste dag moesten we een beetje bijkomen van de
busreis dus in de buurt rondwandelen en natuurlijk naar het strand.
Genoten van de kunsten van de waveboarders en verder was er bijna geen kip,
dus zalig.
De tweede dag waagden we ons in de historische binnenstad en dat viel
niet mee. Misschien hadden we verkeerde verwachtingen: “een tweede
Lissabon”, ingegeven door het feit dat ook Salvador bestaat uit een
boven- en een benedenstad , met lift en
funiculár. Maar
de funiculár was
in revisie dus we namen de lift naar de benedenstad met z’n
kantoorgebouwen, de havens natuurlijk en de Mercado Modelo. Dit gebouw
wordt geroemd om z’n bijzondere staalconstructie maar de inhoud was
weinig verheffend: proppienokkie gevuld met souvenirwinkeltjes en niet
van de beste soort. |
Het historische centrum in
de bovenstad wordt gevormd door de wijk Pelourinho, een
toeristentrekpleister in optima forma. De pleinen waren nog wel gezellig , maar
de straten erom heen zijn een aaneenrijging van souvenirwinkels en
vormen eigenlijk geen woonwijk (meer); en zo
ontbreekt de charme/couleur locale naar ons gevoel een beetje.
In de Lonely Planet-gids hadden we gelezen dat de Igreja de São
Francisco een bijzonderheid is vanwege de overdaad aan bladgoud. En ja,
zoiets hadden we inderdaad nog nooit gezien! Wat een wanstaltig geheel!
Wanstaltig waren ook de door slaven gemaakte beelden, waaraan ze uit
pesterij gedrochtelijke gezichten hadden gegeven. Wel geestig eigenlijk.
De wijk Pelourinho was voorheen de wijk van de armen, waar slaven werden
ver- en mishandeld. Door de Unesco verklaard tot werelderfgoed vanwege
de kleurrijke koloniale gebouwen en de vele kerken uit de 17e
en 18e eeuw. Op de pleinen is veel vertier door de vele
straatmuzikanten en dansers want Afrika heeft bezit genomen van Bahia en
de wijk Pelourinho is het hart van het Afro-Braziliaanse karakter van
Salvador. Muziek- en dansscholen alom maar ook op straat wordt er veel
getrommeld en vertonen de capoeira’s hun (gevechts)danskunsten.
Veel bedelaars ook, dat is het negatieve gevolg van te veel toerisme.
Magere kinderen die om geld vragen om wat te eten te kunnen kopen,
terwijl om de hoek hun “pooier” staat, een volwassene aan wie ze de buit
moeten afgeven. Dit gezeur vinden we vervelend want langzamerhand kunnen
we de echte behoeftigen wel onderscheiden van mensen die op een
makkelijke manier aan hun geld proberen komen. Dus ze kregen van ons nul
op het rekest. Het is toch ook te gek: “Amigo, amiga.” Alsof je hun
vriendje bent! “Senhora zal je bedoelen,” voegde P zo’n 8-jarig knaapje
toe en hij was direct vertrokken.
Andere vormen van bedelarij worden beoefend door de straatventers die je
een lintje (armbandje) aanbieden bij wijze van cadeau, maar neem je het
aan dan lopen ze met je mee en in hun systeem van “voor wat hoort wat”
past dat je iets (groters) terugdoet. Dus we gingen nergens op in. Dit
maakt het rondwandelen wel ongezellig, want normaal gesproken zeggen we
lang niet altijd “nee” tegen straatventers. |
In de Pelourinho is ook een
muziek- en danstheater, waar de dansgroep van Miguel Santana optreedt. Kijk
op
www.balefolcloricodabahia.com.br
Deze dansgroep is wereldberoemd en wordt algemeen beschouwd als de beste
folkloristische dansgroep ter wereld. Met optredens in New York, Boston,
Sydney en in Europa brengen ze klassiek, modern, Afro-Braziliaans en
Afro-religieuze muziek en dans wereldwijd over het voetlicht. Dus daar
moesten we naartoe.
Prachtig, krachtig, een belevenis.
De volgende belevenis was onze eerste
“mugging”, want komend uit het danstheater werd P’s tasje van haar nek
gerukt. Een pijnlijke affaire en de politieagent bij wie we de volgende dag
aangifte deden, had wel een beetje medelijden vanwege de striemen en blauwe
plekken die er het gevolg van waren (P had uit voorzorg het hengsel nog eens
extra doorgenaaid...), maar het ergste is het gevoel dat je niet veilig
bent. Natuurlijk is de Salvadoriaanse binnenstad DE plek om beroofd te
worden, en we hadden ook maar heel weinig bij ons: alleen een beetje geld en
geen waardevolle spullen, maar dat je niet rustig kunt rondlopen geeft geen
goed gevoel. We sprintten natuurlijk achter de dief aan en haalden hem nog
bijna in ook, maar toen gaf hij de tas af aan een fietser en daar sta je
dan. P zonder slippers (verloren tijdens de achtervolging) en zonder geld
maar gelukkig had JW ook nog ergens een briefje zodat we de taxi in elk
geval konden betalen.
Aangifte doe je bij de “toeristenpolitie”. Dit zijn speciale politiebureaus
die de berovingen in de grote steden afhandelen. Nota bene! Desgevraagd vond
“onze” agent het feit dat er zoiets bestaat
als toeristenpolitie ook wel een beetje genant. |