|
Surinamers houden
verschrikkelijk van feesten. De gezelligste feesten vinden wij de
familiefeesten en het leuke is dat wij daar meer en meer bij horen! Met
name Javaanse en Creoolse families en ze zeggen het ook letterlijk: “Je
bent m’n zuster/broeder.” In elk geval zijn deze feesten altijd hart-
(en maag)verwarmend. De hele avond worden er dingen in de oven gestoken
en er weer uitgehaald, en geen convenience food maar alles zelfgemaakt.
Waar Nederlanders uit gemaksoverwegingen naar supermarkt en traiteur
gaan voor kant-en-klare happen, staan deze mensen een week in de keuken
om hun gasten te verwennen met traditionele pasteien, ovenschotels,
zelfgebakken sprits e.d. Er wordt heel veel moeite voor gedaan en de
kosten zijn niet gering (zeker in verhouding tot de inkomens). Vandaar
ook dat veel Surinamers hun verjaardag eens in de vijf jaar vieren. Maar
dan wel goed!
De belangrijkste “bigi jari” is als je 40, 50, 60 of 75 wordt. Die van P
was op 2 april...
De voorbereidingen. Het achterterras en de stoep aan de voorkant werden
door Wensly nog even netjes betegeld en eenmaal daarmee bezig, namen we
meteen ook de gastenverblijven mee zodat nu de hele benedenverdieping er
keurig uitziet. En er moest een tent worden gebouwd (van o.a. twee genua's,
we blijven tenslotte zeilers) want al brengt
aprilletje zoet in Suriname geen witte hoed, hij doet wel wat ie wil.
Ook heeft JW een complete bar getimmerd op het overdekte achterterras.
Maar volgens Marius, die tijdens de bouw even langskwam, was het geen
bar want hij zag geen flessen. (Marius is nogal gericht op flessen.) Die
flessen kwamen er natuurlijk wel, en nog veel meer. Daar zorgde de
feestcommissie voor: P&JW natuurlijk, en Patricia want die weet precies
hoe alles moet.
Eén ding is zeker: in Suriname is het geen feest zonder eten. Het
nationale gerecht is snert (met een pepertje natuurlijk) en dat leek ons
een goede start. Daarna een buffet met multiculti-culi gerechten,
rekening houdend met moslims, hindoestanen en onszelf (dus geen rund en
niet te veel kip maar wel halal), en in de late avond gezellige hapjes.
Dit alles uit de keukens van P en JW, Mia, Mia’s moeder en
Patricia. Vooral zij heeft zich verschrikkelijk uitgesloofd; ook op de feestavond
zelf.
Bij een bigi-jari hoort live dansmuziek. Via een zuster van Marius
(tevens de moeder van Wensly) regelden we een ouderwetse Creoolse band:
Tjon Tjon. Dit achttal goedlachse mannen speelt met percussie, gitaren
en trompetten
niet alleen
Zuid-Amerikaanse meringue maar ook alle vrolijke Surinaams-Nederlandse
wijsjes, van “Kleine wasjes grote
wasjes” tot “A di mi jere joe verjari”. |
De gasten. Honderd mensen!
De meesten Surinaamse vrienden, maar ook Nederlanders in Suriname en als
klap op de vuurpijl waren onze oudste vrienden uit Nederland speciaal
voor het feest overgekomen. Met Jos en Anne-Marie zeilden we 25 jaar op,
en Richard was JW’s eerste werkgever en huwelijksgetuige. Heel gezellig
dat ze erbij waren (en nog wel een hele week) en ook buitengewoon handig
want vooral Jos als hoofd Technische Dienst en Anne-Marie als regelneef
maakten zich met al hun hulpvaardigheid behoorlijk onmisbaar.
Het resultaat was een spetterend feest en iedereen was (en is) razend
enthousiast. De dansstemming zat er al meteen goed in dankzij Fred Sket,
de leider van de band die niet alleen zijn trompet bespeelde maar ook
het publiek, zodat onze dansvloer van 36 m2 maar net groot genoeg was!
,
en 
Tot slot kreeg hij met “Rijen rijen rijen in een wagentje” alle voeten
van de vloer met een polonaise rond het huis, die op de dansvloer werd
afgerond met een afscheidsdans: de jarige in het midden en iedereen
mocht onder aanmoediging van de bandleider eventjes met haar dansen. Op
P
met Marius.
+++++++++ Klik
voor de film! ++++++++ (5,23 Mb)
Op zo’n verjaardag krijg je veel cadeautjes, maar het mooiste cadeau is
de succesvolle medische behandeling van P’s hallux valgus, een
kraakbeenknok aan haar rechtervoet die steeds hinderlijker werd.
We hadden al van verschillende kanten van hem gehoord en nooit geschoten
nooit raak, dus we bezochten Pakč, de beroemdste dresiman in Suriname.
Staat ook bekend als “de bottendokter”. Een dresiman (medicijnman) werkt
met geneeskrachtige bladeren. Prettiger en eenvoudiger dan een operatie,
die van de verzekering natuurlijk in NL moet worden uitgevoerd. Voorts
duurt de revalidatie een half jaar, het is nog een pijnlijke
geschiedenis ook en bovendien is de operatie niet altijd succesvol.
Pakč’s poli lijkt niet op een ziekenhuis. Drie stenen muren met een
golfplaten dak als wachtkamer en daarin een spreekkamer annex keuken
waar de medicijnen worden bereid. Wat gietijzeren pannen met
ondefinieerbare papjes erin en een houten brits als behandeltafel. Een
rasta loopt in en uit; dit is de hulp die emmers water brengt, patiënten
uit en in auto’s draagt (in Suriname zijn nauwelijks rolstoelen) en zo
nu en dan pakt hij zijn fiets om de nodige bladeren uit het bos te gaan
halen.
|
Het is er zes dagen per week
een drukte van belang en als Pakč open wonden verzorgt, doet hij dat in de
wachtkamer want de spreekkamer is te donker. Bovendien is het handiger
i.v.m. het water. En zo worden ons telkens blikken gegund op de meest
afgrijselijke wonden die diabetes veroorzaakt. Mensen met benen en enkels
waar je langs het bot dwars doorheen kunt kijken. Uiterst pijnlijk, te
oordelen naar het gekreun, maar de behandeling van Pakč is snel en vaardig.
Wond uitwassen, desinfecteren, kompres met een poeder van gebrande bladeren
en olie en opnieuw verbinden. Al deze patiënten hebben in het ziekenhuis te
horen gekregen dat hun een amputatie te wachten stond, maar het lukt Pakč
binnen enkele weken om etterende wonden tot op het bot, met een doorsnede
van 5 cm of meer, te genezen. We hebben het met eigen ogen gezien.
Pakč is geen tovenaar; hij bedient zich van oeroude wetenschap. Zijn vader
was de beroemdste dresiman van Suriname, zijn grootvader was het ook en Pakč
houdt de familie-eer in stand. Hij gaat recht op zijn doel af: keek naar P’s
voet zonder hem aan te raken en meldde dat hij de botvergroeiing kon
behandelen voor 250 SRD (€ 70). Diezelfde middag maakte hij van bladeren in
een mengsel van zacht kaarsvet en olie een "medicijn"
dat erop werd “gezet” met een verband. Elke dag vernieuwen, veel bewegen en
na tien dagen resultaat, zei hij. Maar de eeuwige zeurende pijn was na vier
dagen al volledig verdwenen! En na zes dagen begon er een soort deuk te
ontstaan rondom de knok, een randje. “Het komt los, het wordt mager,”
constateerde Pakč. Het gaat niet snel maar we gaan gewoon door met de
behandeling, die wat ons betreft al geslaagd is want intussen is P’s
actie-radius aanzienlijk toegenomen.
www.karinanema.com/worddocumenten/ISdresi.doc
Zoals altijd als we in Suriname zijn, sluiten we af met de Surinaamse
Taalrubriek. Het Surinaams-Nederlands is behoorlijk recht voor z’n raap en
dat komt misschien doordat Surinamers in z’n algemeenheid nogal direct zijn.
Dat merkt P elke keer als ze in haar eentje naar de stad gaat; zelfs op
50-jarige leeftijd! “Schat, ik MOET NU met je neuken.” Als je denkt dat je
het niet goed hebt verstaan en je vraagt: Wat zegt u? dan herhaalt zo’n vent
het zonder mankeren. En bedank je voor het aanbod, dan vinden ze dat
doodjammer maar ze blijven niet zeuren. Wel loop je al gauw in de armen van
volgende aanbieders. “Gudu, laat me voor je koken en ik wil je nog veel meer
verwennen.” Of: “Poppetje ik vind je lekker!” P geeft natuurlijk nooit haar
telefoonnummer (ze vragen er altijd om) maar als er een zakelijk contact aan
vooraf is gegaan kunnen ze natuurlijk toch bellen. En JW aan de lijn
krijgen! JW is altijd P’s grote smoes. “Mijn man gaat je kappen!” (Met een
houwer dus.) Want voor jaloerse echtgenoten zijn ze doodsbenauwd. |