|
Zeilers blijven soms lang
hangen in Suriname en we vonden het heel erg jammer onze vrienden Patricia en Wiebe
(na ruim negen maanden een zware bevalling) te moeten uitzwaaien. Gelukkig komen er altijd weer nieuwe voor in de plaats, zo
niet op eigen kiel dan gewoon per vliegtuig. Aldus kwamen zeilvrienden
Caty en Docus uit Den Bommel ons opvrolijken. We kennen hen sinds 1984,
toen we met ons Waarschip 600 “Stormezand” lid werden in Den Bommel; dus
een gebeurtenis met een zilveren randje.
We vinden het leuk om anderen te laten zien hoe bijzonder, leuk en mooi
“ons” Suriname is, dus op de eerste avond kregen ze meteen meteen
gestoofde kaaiman voorgeschoteld en vervolgens sleepten we hen overal
mee naartoe. Allereerst het historische centrum van Paramaribo
(wereld-erfgoed!), natuurlijk het fort Nieuw-Amsterdam, de illustere
voormalige suikerplantage en rumfabriek Mariënburg, het landelijke
Laarwijk, de botanische tuin bij ons om de hoek en niet te vergeten: het
binnenland.
We kozen voor Gunsi, iets ten zuiden van het Brokopondomeer. Te bereiken
per bus (6 uur over een hobbelige bauxietweg) maar gelukkig ook per
vliegtuig. Een beetje duurder maar wel veel gerieflijker. En landen op
een grasbaan blijft leuk. We boften dat er net te veel passagiers waren
voor het grote lijnvliegtuig naar Laduani (20 stoelen), dus wij werden er met z’n
viertjes in een Cessna achteraan gestuurd. Docus voorin want er zat
continu een enorm fototoestel aan hem gekleefd dat riep om gebruikt te
worden. Echter niet bij aankomst, want ondanks onze waarschuwingen
maakte hij onmiddellijk aanstalten hetgeen een storm van protest deed
opgaan onder de locals die voor het schilderachtige luchthavenkantoortje
stonden opgesteld. Boslandcreolen willen niet ongevraagd op de foto
worden gezet. Sommigen zeggen dat het fotokastje een stukje van hun
geest opslokt, maar geld speelt ook een rol want voor € 2,50 verdwijnen
alle bezwaren als sneeuw voor de zon. Maar blijf je onopgemerkt op een
afstandje, dan lukt het best om een aardig plaatje te schieten.
Het prettige van Gunsi is dat je geen touroperator nodig hebt om er te
komen. Je belt Dennis, de man die ter plaatse alle lopende zaken regelt,
en hij haalt je af met een korjaal. Dennis is een geboren bootsman :
behendig, kent elke stroomversnelling bij elke waterstand en pareert ze
met het grootste gemak, zodat je als passagier bijna vergeet dat één
klein inschattingsfoutje desastreuze gevolgen kan hebben. |
In Gunsi werden we
verwelkomd door een gracieuze dame met een complete afwas op haar hoofd.
Dit bleek Maria te zijn, die vervolgens vijf dagen heerlijk voor ons
heeft gekookt. Het genieten beperkte zich niet tot culinaire zaken, want
Gunsi is schitterend gelegen op een driesprong aan de
Boven-Surinamerivier. Een regelrechte beauty spot met afhankelijk van de
waterstand grote of kleine sula’s. Sula’s zijn kleine watervalletjes; je
zit met je rug ernaartoe tussen de stenen (pas op dat je niet wordt
weggespoeld) en geniet van een stevige rugmassage.
Gunsi is een transmigratiedorp, hetgeen inhoudt dat de circa 120
inwoners verplicht zijn verhuisd uit het gebied waar in 1964 het
Brokopondomeer is aangelegd i.v.m. de aluminiumproductie. Een
belangrijke bron van inkomsten wordt gevormd door Tei Wei (“Als je moe
bent”), een lekker simpel en buitengewoon vriendelijk toeristenoord ,
opgezet en gerund door de dorpsbewoners. En dat is wat Gunsi uniek
maakt: dat de opbrengsten nu eens niet ten goede komen aan één persoon,
maar aan de totale gemeenschap. De faciliteiten van Tei Wei worden
tevens kostenloos ingezet voor de dorpsbewoners. Bijvoorbeeld
ziekenvervoer per korjaal naar de medische hulppost een paar dorpen
stroomopwaarts; huisvesting van vrijwilligers van hulporganisaties, die
de dorpskinderen huiswerkbegeleiding en bijles geven; enz.
De houten gastenhutjes hebben een traditioneel dak van bladeren en een
klein balkon , waar we genoten van het uitzicht op de rivier. In twee
aparte gebouwen wordt gekookt, gegeten en gebabbeld. Ook met de
medewerkers, stuk voor stuk gezellige mensen. Maarrrrr: verstaan we
langzamerhand eindelijk een beetje Sranan Tongo, spreken ze in Gunsi
Saramaccaans! Heeft wat weg van Spaans en de r wordt uitgesproken als l,
dus weer niet eenvoudig. Maar gelukkig spreken ze ook Nederlands.
We bezochten ook het grootste dorp in het gebied: Gujaba (7.000
inwoners). Ook hier kleine houten huisjes, al begint het stenen tijdperk
zijn intrede te doen. Er werd juist cassavebrood gebakken en Docus wilde
dat uiteraard graag fotografisch vastleggen. Protest alom natuurlijk en
de broodbakkende dames eisten maar liefst € 3 voor de foto, al kochten
we bovendien twee broden. Toch lukte het wel om een paar plaatjes te
schieten van de karakteristieke huisjes, gedecoreerd met houtsnijwerk
en/of afweer tegen boze geesten; soms zelfs letterlijk. |
En ook enkele stiekeme opnamen
van schilderachtige situaties, zoals dames die met elkaar staan te babbelen;
kind op de heup en de afwas op het hoofd. De pannen worden trouwens
geschuurd tot ze blinken, daar zijn boslandcreolen bekend om! Misschien zijn
ze soms ook een beetje kleurenblind of het is gewoon gevoel voor humor, want
dat ze daarover beschikken toont het enige straatnaambord dat het dorp rijk
is.
Onder leiding van gids Otje maakten we een mooie wandeling in het parwabos.
Dit type bos lijkt meer op een savannebos dan op echt oerwoud waar de bomen
40 meter hoog zijn en het zonlicht de grond nauwelijks bereikt, en is dus
veel afwisselender. We zagen dus niet alleen oerwoudachtige bomen met mooie
wortelformaties maar ook veel soorten palmen, lage planten en struiken. De
bekende bomen passeerden natuurlijk weer de revue (de telefoonboom enz.),
maar de asbakboom met zijn bijzondere bloeiwijze
was nieuw voor ons en ook hadden we nooit eerder de
zonnebloemachtige voortbrengsels van de lianen gezien.
Helaas zagen we weinig dieren en ook de jagers kwamen telkens zonder buit
thuis. Dus het geroosterde bosvarken kregen we pas bij thuiskomst in Domburg
op ons bord, bij Mia!
Tot slot de Surinaamse taalrubriek. Deze keer de voorzetsels, een belangrijk
struikelblok voor Surinamers. Zo wordt het voorzetsel “voor” hier te pas en
te onpas gebruikt:
“Je moet niet voor me liegen hoor.” (tegen)
“Ik ga visballetjes voor je sturen.” (naar/aan)
“Ze hebben het verkocht voor hem.” (aan)
“… je fruit een ui en dan zet je een beetje suiker en een peper ervoor…”
(in)
“In de droge tijd zet je koeienmest voor je planten.” (op)
Ook andere voorzetsels worden op een andere manier gebruikt dan in
Nederland:
“Kom maar na twee uren.” (over)
“Je moet niet met me lachen.” (om)
“Mevrouw Ingrid heeft gisteren tot me gesproken.” (tegen)
“Hij heeft 100 dollar bij me genomen.” (van)
“Je moet niet boos met me worden.” (op)
“Vandaag zijn er bamboescheuten onder de markt.” (op)
“Ik kom tegen 10 uur.” (om)
En Mia blijft achter de oren van haar dochter zeuren tot die weet wat ze
bedoelt. (aan) |