|
Het is heel on-Surinaams maar we hebben
het behoorlijk druk. En nog wel met echt werk! Met Viviane (Tropical
Landscaping: tuinarchitectuur, tuinaanleg en –onderhoud) zijn we al
maanden aan de slag. Ook voor Mila en Erick (Galibi) maakten we een
poster en een folder waarmee ze meer toeristen kunnen trekken. Bovendien
heeft P zich door Galibi laten inspireren tot “eco-kunst” die zo
tentoongesteld kan worden in het Indiaans cultuurhistorisch museum, zou
dat bestaan. De basis zijn de zogenaamde “maripa-bootjes”, waarvan we er
vier meebrachten uit Galibi. De bloemen van de maripa komen uit een
soort schil en om die schil gaat het. Als die is opengebarsten is ie
heel geschikt als fruitschaal of gewoon als decoratieve vorm in huis.
Blank gelakt als ze nog helemaal vers zijn, of beschilderd als ze een
beetje verwering vertonen – met “traditionele” Indiaanse motieven dus. P
schudt ze zo uit haar mouw en volgens Roberto lijken ze vreselijk
authentiek.
Verder schrijven we eens per twee weken een artikel in de interneteditie
van de Volkskrant. En als klap op de vuurpijl zijn we gevraagd als
ontwikkelingswerkers in het dorp Sipaliwini, vlakbij de Braziliaanse
grens. Onze hulp zou bestaan uit de begeleiding van de bouw van een
basisschool (JW) en invulling geven aan het onderwijsprogramma richting
de niet-gediplomeerde leerkrachten (P), en ze zo veel mogelijk
Nederlands leren. We zouden er elke maand 1 of 2 weken naartoe moeten.
Erger is dat het politiek gezien een beetje een wespennest lijkt. Een
ander aspect is dat we allebei erg resultaatgericht zijn, en dit project
vereist met name geduld en diplomatie; niet onze sterkste punten.
Kortom, we hebben toch maar “nee” gezegd. Dit betekent allerminst dat we
ons verder niet als vrijwilligers willen inzetten voor het binnenland,
integendeel. Zodoende kregen we direct een ander klusje toegeschoven:
evaluatie van een lodges-project in Kwamalasamutu; ons veel meer op het
lijf geschreven. En toen we de rapporten hierover lazen, waren we eens
te meer overtuigd van onze juiste beslissing m.b.t. Sipaliwini.
Tussen de bedrijven door doen we ook nog wat voor onszelf. Nu ons huis
een beetje is ingericht (inclusief de inloopbiblotheek ), was buiten ook
nog een kleine upgrading nodig. We hebben alles geprobeerd om de
begroeiing in de sloot voor ons huis enigszins in toom te houden, maar
het is vechten tegen de bierkaai. Kokers erin en dichtgooien was geen
optie want veel te duur in verhouding tot de waarde van ons huis.
Bovendien is de sloot niet van ons maar van de overheid. Dus we pakten
het anders aan en maakten samen met Kaka (die al eerder bij ons heeft
gewerkt) een nette wallekant met een houten beschoeiing. In de
verzengende hitte van de grote droge tijd een klus waarbij menig
zweetdruppeltje werd geplengd. |
Naast het werk maken we ook nog plezier.
Mia en Roberto wilden vreselijk graag eens varen en zodoende hadden
Patricia en Wiebe het plan opgevat om hen met hun voormalige viskotter
“Vreeland”
en een dagje mee te nemen naar Braamspunt. En wij waren ook van
de partij.
Braamspunt ligt aan de monding van de Surinamerivier. Het is een mooi
wit strand waar je lekker kunt zwemmen, maar ook hengelen en wandelen.
Bij de visdrogerij lieten de vriendelijke Javaanse vissers ons alle
soorten vis en garnalen proeven en Mia sloeg onmiddellijk een flinke
voorraad in. Ze kon het trouwens niet laten om er bij terugkeer in
Domburg nog wat van te bereiden (gebakken met ui, knoflook en peper).
Alsof we die dag nog niet genoeg hadden genuttigd! Want bij een
uitstapje in Suriname hoort doorlopend te worden gegeten. Visballetjes
(Mia), een uitgebreide pastasalade (PJW) bij de kip en “ingelegde”
speklapjes van de barbecue, gecompleteerd met stokbrood met
kruidenboter. En de hele dag koele drankjes met veel ijs (en rum). Grote
gezelligheid en puur genieten, en hoewel we het grootste deel van de dag
onder de zonnetent hadden gebivakkeerd, waren we toch een beetje
verbrand.
We mochten ook mee met een personeelsuitje van Body N.V., een
scheepswerf tussen Boxel en Domburg waar we zo nu en dan laswerk laten
doen. Marius had opdracht van eigenaar de heer Weiboldt om “wat
gezellige mensen van de plantage” uit te nodigen voor een feestje in
Coronie. En dat bleken wij te zijn.
Zondagochtend om 07.30 vertrok de bedrijfsbus voor de lange rit. Het is
niet ver (minder dan 150 km) maar de weg is slecht dus ruim drie uur
hobbelen. Maar wel op een gezellige manier! Nog voor vertrek kregen we
al een blikje bier in de hand gedrukt, JW griezelde ervan. Het werd een
gezellige dag met veel babbelen, lekker eten en een wandeling over het
enorme perceel van meneer Weiboldt waar in de schaduw van de enorme
kankantri druk werd gehengeld. Het was behoorlijk warm dus er ging een
waanzinnige hoeveelheid djogo’s doorheen. Die djogo is een fenomeen hier
in Suriname dat enige uitleg verdient.
In Suriname drinken we Parbo-bier. Het is verkrijgbaar in flesjes van 33
cl en in blik maar veel populairder is de djogo: een literfles.
Surinamers zijn niet van het type “ieder voor zich” en een djogo deelt
lekker uit. In Suriname moet je de hele dag door drinken omdat het nogal
warm is. Het stikt hier daarom van de snackbars maar er zijn ook overal
Chinese supermarkten met plastic stapelstoeltjes voor de deur of een
houten bankje. De mannen kopen een djogo uit de koeling met een paar
cups erbij (plastic bekertjes). De dames drinken natuurlijk soft of
water. |
En hoe gaat het nu met de boot? Heel goed.
Miep ligt veilig te dobberen aan haar mooring in de Surinamerivier en we
gaan zo nu en dan even kijken of alles in orde is: de twee mooringlijnen,
het ankerlicht, zijn de accu's nog vol, instrumentencheck en ook laten we de
motor een uurtje lopen tijdens de uitgebreide anti-meeldauw schoonmaakbeurt
(tip: afnemen met water en azijn).
Ook heeft Miep een nieuwe rolgenua gekregen. Hij komt van Hagoort Sails
(Nederland), goedkoper dan wanneer we ’m in de Carieb hadden gekocht en nu
zijn we er tenminste zeker van dat het ook echt goed is. Zonder BTW
natuurlijk want Miep is “yacht in transit” en P mocht het pak zó meenemen na
betaling van € 12 aan steekpenningen bij de douane, bij wijze van taxigeld
omdat ze het aan boord behoren te brengen. Waarmee Suriname de eer van een
plaats in de top 10 van meest corrupte landen ter wereld weer heeft
hooggehouden.
Tot slot de Surinaamse taalrubriek, deze keer in het kader van de
jaarwisseling. In Suriname worden dan flink wat “bombels” en “bommen”
afgestoken; eigenlijk begint het al in november. Naast vuurwerk hebben ze
hier wel meer bommen, bijvoorbeeld de verfbom (lak in spuitbus) en de
gasbom. De laatste is natuurlijk een gasfles. En de leverancier van de
gasbommen heet: meneer Gasbommetje.
Het afsteken van vuurwerk dient overal ter wereld om boze geesten te
verdrijven, maar tijdens de jaarwisseling in Suriname komen nog veel meer
bijgelovigheden boven drijven. Zo behoor je tussen 22.00 en 00.00 uur thuis
te zijn, als eerbetoon aan je huis; anders “gaat het huilen” en dat brengt
in huiselijke kring ongeluk voor het komende jaar. Je moet ook zorgen dat je
op het moment suprême fris bent gebaad - een schone geest in een schoon
lichaam. Wellicht voortkomend uit de bij bosnegers traditionele “wasi”,
waarbij ze een bad nemen in een aftreksel van speciale kruiden en bladeren.
In Suriname zijn eigenaardige gebruiken en bijgelovigheden overigens niet
voorbehouden aan de jaarwisseling. De Chinees is open van 0700 tot 2100,
maar na 1800 uur verkoopt hij geen spijkers. Brengt namelijk ongeluk.
Hetzelfde geldt voor petroleum, maar hij verkoopt wel benzine (als hij ook
een tankstation heeft) dus we begrijpen er niks van.
Je mag ook niet ’s avonds je huis vegen (“bezemen”) want dan veeg je al je
geluk naar buiten. Als het onweert (“bliksemt”), zou de bamboe de volgende
morgen allemaal jonge scheuten hebben. (We hebben het gecontroleerd maar het
is niet waar.) Tijdens het plukken van een eend (“doks”) mag je absoluut
niet praten want dan krijgt hij onmiddellijk nieuwe veren die je ook weer
moet plukken. Geef je iemand een paar pepers, dan geef je ze niet in de hand
maar je legt ze ergens neer zodat de ander ze kan pakken, want anders krijg
je ruzie. |