|
Het schrikkeljaar brengt niet alleen regen
maar ook veel wind met zich mee. Dat is echter niet de reden dat de
business in de Carieb momenteel verschrikkelijk “slow” is. In de
ankerbaaien, café’s, resto’s, taxichauffeurs klagen steen en
been... en dat in het hoogseizoen. Het “slechte weer” (meer regen en
wind dan gemiddeld) kan de reden niet zijn want een charter boek je een
half jaar tevoren en dan weet je nog niks over het weer.
Maar de US economie ligt blijkbaar zodanig op z’n gat dat we alleen maar
Europeanen zien rondschuiven in de charterjachten en die gaan – net
zoals wij - niet in de speciaal voor day-charters opgezette (enorme)
etablissementen zitten. En terwijl die arme eilandbewoners suf zitten te
wachten op ladingen toeristen die allemaal niet komen, wachten boatboys
ook rustig op klandizie als ze weer eens te lui zijn om te gaan vissen of om langs te komen met
koopwaar voor belachelijke prijzen. Een trosje bananen moest 6x de prijs
opleveren. Zo prijzen ze zich allemaal uit de markt, staan uiteindelijk
met lege handen en blijft Union Island hetzelfde armoedige zooitje dat
we vorig jaar ook aantroffen, met vooruitzichten van erger.
De weerberichten gaven wind 10 tot 15 knopen, maar we zeilden steeds
rond met fok #4 en gereefd grootzeil dus de weermannen zaten er een
beetje naast. Jammer dat ze in de weerberichten weinig zeggen over de
deining, want die was behoorlijk aanwezig. In Salt Whistle Bay (Mayreau)
lagen de boten zo verschrikkelijk te rollen dat we het maar niet eens
geprobeerd hebben en aan de westkust zijn gaan liggen. Het duiken
uitgesteld tot het mooie Bequia waar we dus wat eerder dan verwacht op
ons bankje bij Frangipani konden wegdromen. Een heerlijk plekje.
In maart begint de wind alweer een klein beetje oostelijker te worden.
Nu profiteerden we daarvan maar hopelijk zet de trend niet al te snel
door want dan hebben we weer problemen op de terugweg naar Suriname.
Maar nu waren de 26 mijltjes naar Bequia helemaal bezeild. Nog
aangenamer was de ontmoeting met een Twister, onderweg naar Antigua om
mee te doen aan de Classic Yacht Races. Tussen al dat opgeblazen
charterjachtengeweld een opvallende verschijning, zo’n klassieke
27-voeter , en zeker met zo’n bemanning: twee enorm grappige dames. Over en weer foto’s gemaakt en aangekomen op Bequia bleek
zelfs Mark (die nacht vers ingevlogen uit Halifax waar hij de vorige dag
nog sneeuw stond te schuiven) al van hun bestaan op de hoogte te zijn.
Mark was voor een paar maanden onze buurman in Las Palmas, en wie had
toen gedacht dat we elkaar drie jaar later aan de andere kant van de
oceaan weer zouden zien?! Hij zeilt nu met zijn dochter Anna rond in
“Kula”, een Tartan (S&S) 41 en hij nodigde ons uit als bemanning tijdens
de Bequia Easter Regatta. |
De Bequia Easter Regatta is een van de
grootste wedstrijdevenementen in de oostelijke Carieb. Het spektakelstuk
wordt gevormd door de traditionele bootraces. Bequia heeft een
geschiedenis van walvisvaarders en vissers en de traditionele zeilboten
worden met name door de oudere generatie gekoesterd alsof het hun
dochters waren. Strak in de lak en elke dag alle zoutspetters
weggepoetst, wordt er enthousiast in gestreden op het scherpst van de
snede. De andere wedstrijdklassen zijn: racers met spi (een Frans
onderonsje), gemeten cruisers zonder spi en ongemeten schepen. En een
groot veld J-24’s inclusief Olympisch kampioen Mike Green. Onze groep
varieerde van 26 tot 80 voet en ratings (een vermenigvuldigingsfactor
vergelijkbaar met die we in Nederland gewend waren) van 0,64 tot 1,20,
en wij zaten met Kula met 0,81 in het middenveld.
De organisatie was fantastisch en de royale sponsoring indrukwekkend.
Gratis borrels en hapjes, er waren T-shirts, tassen enz. en voor elke
deelnemende boot was er een goodies-bag bestaande uit Mountain Top
water, een tray Heineken, Mount Gay Barbados rum en petjes van dezelfde
sponsor. Erg mooie trouwens.
We hadden ons grondig voorbereid. Kula was behoorlijk aangegroeid dus
onze duikuitrusting kwam prima van pas. Gewapend met plamuurmessen zijn
we twee dagen voor de race met z’n drieën ongeveer twee uur bezig
geweest met het verwijderen van zuigende slijmbulbs, kalkbergen met
tentakels, waterplanten en allerlei krioelend en jeuk-opleverend
gespuis. Al met al een bevredigende klus.
Bij bestudering van de wedstrijdbanen zagen we dat er een paar cruciale
rakken waren waarvoor plaatselijke kennis uitmaakt of je wint of
verliest. Anna’s goede vriend boatboy African onthulde ons alle weetjes
over welke slag op welk moment de juiste is, en bij welke landpuntjes je
beter vandaan kunt blijven. Tijdens de wedstrijd belde African soms
zelfs op om ons een bepaalde tactiek te adviseren of zijn eerder gegeven
adviezen bij te stellen.
De wedstrijd begon op Goede Vrijdag met een ingewikkelde baan en de
J-24’s zorgden voor flink wat spektakel bij de ronding van een
benedenwinds landpuntje. Ook vroegen we ons af of we over bakboord
liggend ook voorrang hebben op wedstrijdzeilende modelboten? In onze
cruisersklasse zeilden natuurlijk wel heel erg mooie boten rond, met
name de diverse Hinckleys en vooral de 57-voeter Bandera stal de show.
Maar aan de wind verloren we meer dan we op de ruime rakken weer konden
goedmaken. Een paar fouten, ouderwetse dekuitrusting (bijvoorbeeld geen
selftailing lieren) maar vooral een slecht en te |
groot rolvoorzeil van 30 jaar oud brak ons
ernstig op. We waren vierde (van 13), naar onze mening absoluut onverdiend
maar tijdens de borrel hoor je daar niemand over.
Zaterdag een rondje om het eiland. Mede
dankzij adviezen van African hadden we een droomstart! Andere fok opgezet
(tweedehands en zo mogelijk nog ouder dan die van racedag 1, maar iets
minder groot en daar ging het om) en we werden pas na een half uur
voorbijgelopen (door de 80-voeter). Een paar kleine foutjes dus deze keer
was de derde prijs wel verdiend. De fotoboot lag strategisch waar de
heftigste zeeën stonden. Helaas was hij net te laat voor de eerste golf
waarin we volgens zegslieden van de Hinckley (achter ons) volledig
verdwenen, maar op tijd voor de tweede waar we zo door- en overheen
steigerden dat de kiel half uit het water kwam. Later op het ruime rak
hebben we zelf ook nog tijd gevonden om de traditionele zeilboten te
fotograferen; spectaculair. ,
en

Zondag 23 maart werd de verjaardag van JW en Mark opgeluisterd met een
chocoladetaart met de tekst “Happy birthday 109 years” (Mark 54 en JW 55).
Tevens was het de dag van de single-handed race voor de die-hards. Mark vond
het een goede manier om te bewijzen dat ie nog helemaal geen bijna-bejaarde
is en was de eerste inschrijver (en won de derde prijs). Verder was het die
dag “lay day”
voor alle klassen behalve de traditionele zeilboten, die voor de gelegenheid
hun wedstrijd voor iedereen zichtbaar in de baai verzeilden. Vlak voor Lower
Beach waar de layday-activiteiten werden georganiseerd:
zandkastelenwedstrijd, crazy craft race, BBQ’s, muziek... Kortom: een
geweldige verjaardag met ook nog een gezellige verjaardagslunch (aangeboden
door Mark) samen met Anna, African en diens vriend Vincent, die we heel
toevallig vorig jaar hadden ontmoet op St. Lucia!
De regatta werd op maandag afgesloten met wat driehoeksbanen en natuurlijk
de overall prijsuitreiking.
Aangezien de nummers 1 en 2: Hot Chocolate en Appleseeds in onze groep
door iedereen werden aangemerkt als “untouchable”, dachten we ze toch
een poepie te moeten laten ruiken. Hot Chocolate hebben we alleen maar
(te ver) achter ons gezien en van Appleseeds maakten we applesauce. Dus
eerste plaats en overall derde. De overall prijzen waren trouwens lang
niet misseljk: 1e prijs full model traditionele
boten, 2e prijs halfmodellen en 3e prijs een
ingelijste foto van je eigen boot. In ons geval een van de spectaculaire
foto’s waarop we tot de kiel uit het water kwamen.
Voor meer foto’s en info:
www.begos.com/easterregatta |