|
Projectontwikkelaar Peter de Savary, onder
zeilers ook bekend als sponsor van de Victory in de America’s Cup in de
jaren ’80, heeft toegeslagen in St.George en nu wordt (door Volker
Stevin) een supermarina neergeplempt op de plek waar we vorig jaar nog
rustig aan ons ankertje dobberden. Het is de bedoeling dat meer en meer
megajachten Grenada aandoen, waardoor de provinciaalse sfeer natuurlijk
verdwijnt als sneeuw voor de zon en Grenada zich in de voetsporen van
Antigua gaat metamorfoseren tot nog zo’n overdreven toeristenoord. We
hopen maar dat de locals er een graantje van gaan meepikken, maar zoals
meestal zullen ze wel de uitzichtloze baantjes krijgen terwijl de uit de
US geïmporteerde managers met de poen gaan strijken.
Het gaat dus mis met Grenada, in onze ogen. Maar dit jaar konden we er
nog even van genieten en St.George wordt niet voor niets “de parel van
de Carieb” genoemd met z’n kleurrijke binnenstad ,
geformeerd rond de bedrijvige oude havenkom waarop menig café een goed
uitzicht biedt.
Na acht mislukte ankerpogingen met zowel de Delta als de Fortress,
eindigden we aan de steiger van de jachtclub; ook wel eens makkelijk.
St.George staat al jaren bekend om z’n beroerde ankergrond, maar vanwege
de nieuwe supermarina is er gebaggerd en is de bovenste laag zandgrond
nu ook nog weggehaald. Resteert modder en dan weet je het wel.
Op de steiger liepen we meteen in de armen van allerlei bekenden, zodat
de borrel in de jachtclub uitliep uit op een etentje (overigens
voortreffelijk) en we met Felix (de taxichauffeur die ons vorig jaar ook
heeft rondgereden) afspraken voor “de big tour”. |
Inclusief de petroglyfen van de Carib
indianen bij Mount Rich en een rondleiding in de River Antoine Rum
Distillery, de oudste nog op waterkracht functionerende rumfabriek in de
hele Carieb.
Wat de petroglyfen betreft, dit is het
oudste en cultuurhistorisch gezien waardevolste bezit van Grenada en het
is ongeveer onvindbaar. Felix had er nog nooit van gehoord en we moesten
tig keer de weg vragen aan locals waarbij we tenslotte te horen kregen:
“Voorbij het bushokje is een soort schuur en daar is het achter.”
Inderdaad: op een bouwvallig gebouwtje was met onbeholpen letters een
boodschap gekalkt: “Stone Face - Carib Stone - Look”.
En daar lag de steen in de afgrond achter het huisje. Een metershoog
rotsblok helemaal volgetekend met gezichtjes.
Ongelooflijk dat ze zo omgaan met een eeuwenoude cultuurschat, terwijl
op Leaper’s Hill een enorm monument staat ter herinnering aan het drama
van de Carib indianen, die 400 jaar geleden nog liever over de rand
sprongen dan zich over te geven aan de Fransen.
Kennelijk spreekt dit meer tot de verbeelding van de gemiddelde
cruiseschip-toerist, wie wordt voorgehouden dat Grenada’s cultuur
bestaat uit carnaval en “spices”: de kaneel- en nootmuskaatboom
geïmporteerd uit het toenmalige Nederlands-Indië, en de producten ervan
te koop in souvenirwinkels die nog veel meer toeristische rommel
verkopen zoals kokoszeep, van palmbladeren gevlochten hoeden en mandjes
(de productie overigens wel pittoresk ),
enz.
De rumdistilleerderij was ook iets bijzonders, d.w.z. het is natuurlijk
bijzonder dat een fabriek al zo oud is (1785) en nog bijzonderder dat
hij nog op waterkracht functioneert en ook echt rum maakt uit suikerriet
en niet chemisch, zoals in Suriname. |
De uitleg die we kregen was weinig
geïnspireerd maar de proeverij nam al onze ambivalente gevoelens weg. Van
deze 75% rum wilden we wel een paar flessen aanschaffen! Maar de voorraad
was uitgeput en we werden verwezen naar de supermarkt. Kortom: de noord- en
oostkust van Grenada zijn duidelijk nog niet ontgonnen voor toeristen.
Gelukkig maar, want in het zuiden is het helemaal mis.
Dus maar gauw naar Carriacou, waar het leven
voortsukkelt in het tempo van een door een rasta achterna gezeten slak.
L’Esterre Bay is het toppunt van vredigheid
en op Sandy Island gebeurt nog veel minder. Het is dan ook eigenlijk - zoals
de naam al aangeeft - niet meer dan een zandplaat. Hurricane Ivan heeft vier
jaar geleden korte metten gemaakt met de paar bomen die er stonden ,
en de nieuwe kokosaanplant levert een zwaar gevecht om te overleven zonder
bescherming tegen de harde wind.
Omgeven door schitterende snorkel- en duikplekken is het echter een
idyllische ankerplek. Door het witte koraalzand toont het water rond het
eiland turqoise en op de achtergrond zie je de méringue die Union Island
heet, waarboven zon en wolken hun schimmenspel spelen.
Onder water is het helemaal geweldig: schitterende koraalformaties waar aan
wordt geknabbeld door vissen in alle kleuren van de regenboog en als je
geluk hebt zwem je een eindje op met een paar schildpadden.
Aan alles komt een eind en ook de noordelijke swell maakt vele ankerplekken
(zoals deze) tamelijk “rolly”. Zodoende overnachtten we in de baai van
Hillsborough
(tamelijk rolly) en klaarden we de volgende dag uit om een uur later op
Union weer in te klaren in de Grenadines. Hoezo bureaucratie. |