|
Na twee maanden hard zwoegen in ons huis
kwamen Geert en Marijke met de kinderen op bezoek. Ze gingen
onmiddellijk enthousiast helpen met klussen en toen we eind juli onze
werklui hadden uitgezwaaid, troonden ze ons mee naar “Kabalebo”.
De Kabalebo is een rivier die vanuit het diepe zuiden naar de Corantijn
(de westelijke grensrivier) stroomt. Ongeveer in het midden van de loop
is op een beeldschone plek een resort (www.kabalebo.com)
opgezet, midden in de jungle en daarom uitsluitend bereikbaar per
vliegtuig. Kortom: een luxe trip naar een luxe bestemming waar we zelfs
konden douchen met warm water (ongehoord voor ons simpele zielen). We
bleven twee nachten in de hoofdlodge en maakten van daaruit een paar
tripjes per korjaal cq kajak naar mooie wandelplekken en watervallen.
Het gebrek aan wind maakt het rivierbeeld extra boeiend. Veel dieren gezien natuurlijk: heel veel soorten apen , een luiaard ,
reuschtige kaaimannen en vooral heel veel vogels. Kabalebo is beroemd onder
vogelspotters en het was geen toeval dat Geert en Marijke deze
bestemming hadden uitgekozen, want Marijke ontpopte zich (voor ons, want
ze was het natuurlijk al) tot fanatieke vogelaarster. Het resultaat is
dat wij nu zelf ook een ijsvogel van een gier kunnen onderscheiden, en
een ara van een grietjebie. Er zat continu een verrekijker aan haar
gezicht gekleefd en ze ging helemaal uit haar dak toen ze op de eerste
dag al een harpijarend spotte. Het is inderdaad een indrukwekkende vogel
die in zithouding bijna een meter hoog is, en met reusachtige
roofvogelklauwen. Geert had in plaats van een verrekijker steeds het
fototoestel paraat en de dikke telelens gecombineerd met zijn vaste hand
resulteerden in mooie foto’s, waarvan er dus ook een paar op deze site
staan.
Na die twee dagen in de hoofdlodge trokken we per korjaal de rivier op
met een gids, een bootsman en een kokkin. Het resort bezit namelijk een
privé lodge genaamd “Uncle Piet’s”
op een schitterende lokatie aan de rivier. |
Zonder al die andere hotelgasten erbij (de hoofdlodge herbergt
20 gasten) ervaar je pas werkelijke rust en schoonheid en het was een
fantastische natuurbeleving.
Het wandelen door de jungle is heerlijk,
lekker koel onder de oerwoudreuzen die de zonnestralen voor ons op 40
tot 60 meter afstand houden
en waardoor het zonlicht
mooi wordt gefilterd ; en alles is in de greep van lianen . De kankantri is de imposantste van alle bomen,
herkenbaar aan de enorme plankwortels en de rechte stam met een evenwichtige bladerkroon, en zo
torent hij koninklijk boven zijn onderdanen uit. We troffen het want
wanneer de droge tijd aanbreekt staat de groenhart in bloei, en we waren
precies op het juiste moment. De hele kruin zit dan vol grote gele
bloemen, en zoals jullie in Nederland een tulpenboom hebben (de
magnolia), hebben wij hier dus een narcissenboom.
De mannen deden hun mannendingen en er werd ook nog wat gehengeld (= vissen)
waarbij Geert flink wat grote
jongens naar boven haalde.
Plezier hadden we in overvloed en net als hun ouders houden Rik en
Daniëlle
ook van grappen. Zo was JW een gewillig slachtoffer voor haren vlechten. Verder vonden Opa en Oma het heel leuk om spelletjes te
spelen met de kids en dat kwam pap en mam best goed uit want die
hadden ook wel eens zin om met z’n tweetjes te gaan kajakken. Dus de
pay-off van de reis was niet alleen dat we nu alles van vogels afweten,
maar ook zijn we volledig op de hoogte met de nieuwste spelregels van
pesten en toepen. En Rik (10) heeft en passant bridgen geleerd!
De laatste dag bracht nog een verrassing want het vliegtuig dat normaal
gesproken wordt ingezet had een mankementje en het reserve vliegtuig was
in revisie, dus nu moest er met een kleiner toestel worden gevlogen...
en konden we niet allemaal tegelijk mee. Toen hebben wij ons maar
opgeofferd om nog een dag extra in de hoofdlodge te blijven en zo werd
de 8-daagse trip voor ons een 9-daagse vakantie. |
Kortom: we hebben genoten en volledig uitgerust pakten we begin augustus
de verbouwingsdraad weer op. Matrassen kopen, bedjes timmeren, kasten en
kastjes, een boel schilderwerk...
In ons vorige reisverslag publiceerden we
voorpaginanieuws over een elektriciteitsstoring. Zulk soort futiliteiten is
hier aan de orde van de dag en ze worden opgeblazen tot reuzenformaat. Deze
keer hebben we een bericht over wateroverlast in het gebouw van de Nationale
Assemblée (Tweede Kamer), waarbij nota bene het koffiezetapparaat defect
raakte... Lees het zelf.
Tot slot de Surinaamse taalrubriek. Deze keer in het teken van creatieve
samenstellingen. Schaduwgaas is al eens voorbij gekomen; het is gaas VOOR
schaduw. Voor de noodzakelijke ventilatie hebben we hier regenstenen: dit
zijn opengewerkte stenen TEGEN de regen. Schildpadstenen zijn niet tegen
schildpadden maar hebben de vorm van een schildpad. Een vleermuizenstrook is
een polyethyleen reep die aan 1 kant de vorm heeft van een dak(golf)plaat en
dient ter voorkoming van binnenvliegende vleermuizen. Een pol beschuitgras
heeft het model van een beschuit, zegt Marius; een beetje creativiteit (of
in zijn geval: borgoe-cola) is waarschijnlijk bevorderlijk voor het
voorstellingsvermogen. Kooispijkers zijn mini-spijkertjes die worden
toegepast bij de constructie van vogelkooitjes. Deze kooitjes gaan als warme
broodjes want een Surinamer laat geen hond uit, maar loopt wel vol trots
rond met een vogelkooitje met kwinkelerend beest erin; hoe kleiner hoe
duurder. In Paramaribo worden elke zondag zangwedstrijden georganiseerd
waarbij veel geld omgaat... En een koffiemama is geen goedlachse dikke
Creoolse dame die je koffie komt brengen, maar een boom die in vroeger
tijden op de plantages werd ingezet om schaduw te geven aan de
koffiestruiken. Wij hebben ze ook in onze tuin en we noemen ze
“Staatsolieboompjes” omdat ze bij Staatsolie (lokale Shell) in rijen langs
de sloot staan. Gecultiveerd zoals knotwilgen, en zo doen wij het ook, ze
schermen ons huis af van weg en buurman, geweldig.
|