|
Zaterdag 3 februari was de laatste werkdag
voor de mannen, omdat wij hadden gepland op 5 februari de boot te laten
liften. Er is hier één werf waar dat kan en dat is Cevihas. Wat de naam
betekent mag joost weten. De singels van de travellift zijn zojuist
vernieuwd want de zeilboot die ons voorging is uit de kraan gedonderd.
Niet zo’n rustgevende gedachte, vooral omdat de werf niet aansprakelijk
is voor wat er gebeurt. Dit is anders dan in
Nederland maar niet ongebruikelijk; op Tenerife moesten we ook een
papiertje ondertekenen waarin stond dat alle werk onder onze eigen
verantwoordelijkheid geschiedde. Maar met de historie van onze
onfortuinlijke voorganger in het achterhoofd plus de wetenschap dat de
hellingkosten maar liefst 500 USD bedragen, hadden we in Cevihas niet zo
veel zin.
Helaas waren we wel genoodzaakt te hellingen want er moest een reparatie
worden uitgevoerd. Het onderste roerlager rammelde tijdens de oversteek
namelijk verschrikkelijk. Onderweg hadden we al uitgerekend dat de boot
6.500 keer per etmaal heen en 6.500 keer terug rolde, waardoor de
roerkoning 14x13.000=182.000 keer het roerlager heeft aangetikt. Het
brons van het lager kan daar heus wel tegen maar het lubbert natuurlijk
steeds meer uit waardoor ongewenste krachten ontstaan binnen het lager;
met als mogelijk gevolg delaminatie van het polyester op de plaats waar
het lager is bevestigd. Dus maar beter voor vertrek in orde gemaakt.
Een dag na nieuwe en na volle maan
is het springtij. De hoogste en laagste waterstand varieert nogal per
cyclus maar in het weekend van 17/18 februari werd er een hoog springtij
verwacht (met nieuwe maan dus eigenlijk) en we hadden uitgerekend dat we dan met een marge van enkele
centimeters op het tijdstip van hoogwater een geschikte plek bij Holsu
konden bereiken om Miep op het strandje droog te laten vallen tegen een
steiger. We hadden de dag van tevoren zelf een bankstelling in elkaar
getimmerd.
Droogvallen is nog nooit eerder in Domburg vertoond en verder was het
natuurlijk entertainment van het hoogste niveau, dus alle zeilers waren
present om lijntjes aan te nemen, Miep naar de kant te trekken
(dat was
wel nodig want we stonden al ongeveer droog voordat we goed en wel aan
de kant waren) en de goede afloop te vieren met bier en borgoe/cola.
De tegenslag kwam de volgende dag, toen
Miep veel te diep wegzakte in de grond die bestaat uit zand over modder.
Het roer zat diep in het strand en er stond zo veel druk op dat we bang
waren dat de boel ontwricht zou raken als we het roerlager in die
toestand zouden verwijderen. |
Gelukkig kwam Gerben op het juiste moment
langs en ook zijn collega-visser Peter (onze overbuurman) en ze begonnen
meteen de boot onder te stoppen met hout en keggen afkomstig van Peters
boot. Toen ook Joop (de bedrijfsleider van Holsu) plotsklaps arriveerde
haalde Peter meteen de vorkheftruck van stal
om Mieps kontje een eindje
op te tillen. Nog wat slagen met Peters moker en Miep lag hoog genoeg om
het roerlager veilig te kunnen losmaken. Met de chef metaalbewerking
Jeffry hadden we al afgesproken en hij kwam meteen aangesneld om de
gewenste bus in het roerlager te plaatsen. Het was een beetje racen
tegen de klok maar het kwam allemaal dik voor elkaar.
Verder voorzagen we Miep van twee vette lagen antifouling. P stond op
een gegeven moment tot haar nek in het water, hangend aan een touw om
niet uit te glijden en het verfbakje dobberend voor haar neus. Het spul
stonk verschrikkelijk en in Nederland is het verboden, dus het zal
beslist goed werken! Eind goed al goed, met dank aan Holsu en speciaal
aan Gerben, Peter, Joop en zijn vrouw Cecile die ons tot slot trakteerde
snert; Surinaams nationaal gerecht en veel
lekkerder dan de Hollandse versie want met
een pepertje.
Klik hier
voor de film (9,34 Mb)
Nog wat klussen
aan de boot, enorm veel spullen van boord gegooid (bijvoorbeeld de
kachel hebben we niet nodig, we gaan maar een paar maanden weg en thuis
hebben we opslagruimte genoeg) en proviand
inslaan. Tijdens de oversteek hadden we erg veel plezier van het product
paprika in blik; op de Canaries volop verkrijgbaar maar hier helemaal
niet. Maar er zijn weer andere dingen voor in de plaats gekomen, zoals
Chinese groenten in zoetzuur, sauzen, enz. Verder heeft JW weer rundvlees
en gehakt geweckt zodat we ook wat te eten hebben wanneer we bij een van
die paradijselijke onbewoonde eilanden voor anker liggen.
We vertrekken zaterdag 3 maart naar
Tobago met gunstig tij en de dag is zo gekozen dat we niet in het
weekend arriveren zodat we niet verplicht ingewikkeld hoeven doen met de
douane; ze zijn lastig daar. De tocht is ca 500 mijl dus 4-5 dagen onderweg. Jullie kunnen
ons dagelijks volgen via de Scheepsberichten op onze website.
In de Carieb gaan we lekker snorkelen en duiken, afgewisseld met veel boeken
lezen. Kortom: lekker uitrusten. De Grenadines staan vervolgens op het
programma en daarna gaan we een beetje naar het noorden: Santa Lucia en
Martinique. Vandaar zeilen we eind mei terug naar Suriname, om in juni
met frisse moed aan fase 2 van de renovatie van ons huis te beginnen.
Onze mannen staan dan al te trappelen!
Klik hier voor de Scheepsberichten |
Voor de laatste keer de Domburgse straathonden.
Voor Ramona hebben we een thuis gevonden. We hadden haar een paar weken
geleden voorzien van wat USP’s zoals: prikpil geldig tot juli 2007, wormkuur
en vaccinaties tegen allerlei enge ziektes, o.a. de Ziekte van Weil. En met
deze bagage hebben we haar weten onder te brengen bij Lieuwe, een Fries uit
de stal van Holsu dus dat zit wel goed.
Wat Boris betreft hebben we er inmiddels een matroos bij want hij lijkt
definitief te zijn ingetrokken. Gedraagt zich voorbeeldig, zowel op de boot
als aan de lijn wandelend in de stad. Dan wordt hij overal aangegaapt want
een hond aan de lijn is een bezienswaardigheid. Terwijl P wat voerbakjes
aanschafte had JW een gezellig gesprek met een dame die het toch zo leuk en
bijzonder vond dat je met je hond gaat wandelen. En of ie ook echt een naam
heeft... Overal roepen en fluiten mannen naar ons (i.c. Boris) en roepen:
“Bruintje” en “Bello” (de twee standaardnamen van een bruine hond; een witte
hond heet “Witje”) en dan zeggen we dat ie Boris heet en dat ie
geen NL spreekt maar Sranan Tongo (wat echt zo is) want als we willen dat ie
in de auto springt en we zeggen: “Boris, in de auto!” dan reageert hij niet.
Dus we zeggen: “Boris jumpo!” De mannen lagen in een deuk natuurlijk.
Maar hoewel met
Boris’ aanwezigheid de hondenwacht voortaan een makkie voor ons zou zijn,
wordt het toch echt geen Straathond Op Zee Show. Boris heeft een soort
haat/liefdeverhouding met de boot; dwz hij wil graag bij ons zijn, maar hij
is niet dol op de boot. Bovendien zijn honden in principe niet echt welkom
op de voorheen Engelse Caribische eilanden.
We hebben geprobeerd Boris te laten wennen
thuis bij onze vriendin Irene, die 5 km verderop woont. Irene kent Boris al z’n hele leven want ze
heeft een fruitstal op de markt van Domburg. Maar de eerste oefendag was
Boris binnen 5 minuten na ons vertrek al ontsnapt en we hoorden hem
diezelfde avond al blaffen aan de waterkant. Dag 2 opnieuw geprobeerd maar
meneer de komediant liet zo duidelijk zijn afkeer van de logeerpartij
blijken dat we maar met Irene hebben afgesproken dat ze hem op Domburg eten
geeft uit de voorraad brokjes die we bij haar achterlaten, en dat ze hem een
beetje in de gaten houdt. We hopen er maar het beste van.
Voorlopig voor de laatste keer de Surinaamse taalrubriek.
Het voorzetsel-gebruik blijft merkwaardig. “Onder de markt” is de revue al
gepasseerd. Vragen we Wensly wanneer de balkonleggers worden gemonteerd, dan
antwoordt hij: “Achter de schaft.” Na de middag dus.
Surinamers leven meer buiten dan binnen en ze hebben dan ook standaard een
groot terras (wat in Suriname “balkon” heet) en een kleine woonruimte
binnenshuis. Toch heet de voorkamer hier… voorzaal. Bij ons is dat de plek
waar wij tot afgrijzen van velen ons Toyotaatje stallen als we weg zijn.
Want nu gaan we echt de zeilen hijsen. “Klari!” zeggen ze hier.
En wij zeggen: “Drie maanden geen kip!” Wat een zaligheid.
|