|
Alweer vierden we een hindoestaans feest.
Deze keer een trouwerij, door Javanen smalend koeliebruiloft genoemd.
Die houden daar niet van. Veel te weinig eten en dan ook nog
vegetarisch, geen alcohol maar wel veel lawaai en ze zijn zo druk met
hun rites en ceremonies dat ze geen tijd hebben om je behoorlijk te
ontvangen. Valt in de praktijk allemaal wel mee hoor. Het ontbreken van
drank en vlees hoort bij religieuze hindoefeesten, maar volgens de
Javanen is het uit overwegingen van goedkoopte. Ach, het zal de kift wel
zijn. Een jaloezie die zijn oorsprong vindt in de jaren ’20, toen de
Javanen het land binnenkwamen als tweede golf van contractarbeiders, na
de hindoestanen die daarmee een treetje hoger op de sociale ladder
terecht kwamen.
Maar over geld gesproken, onze ogen rolden bijna uit hun kassen van
verbazing toen we de cadeautafel zagen opgesteld naast het
huwelijksaltaar en bemand door twee koelies die dikke stapels
bankbiljetten zaten te tellen.
Wij presenteerden onze gift bescheiden onder couvert en met een aardig
briefje met gelukwensen erbij, maar hindoestanen trekken ter plaatse en
voor iedereen zichtbaar hun portemonnee. De donatie wordt genoteerd in
een kasboek zodat bij een wederkerige gelegenheid kan worden nagekeken
wat de waarde is van het cadeau waar je recht op hebt. Hindoestanen en
geld, we hadden het al gemerkt tijdens de onderhandelingen i.v.m.
percelen (bij alle hindoestanen afgeketst), verschrikkelijk.
In dit kader is trouwens ook de Surinaams-hindoestaanse interpretatie
van de reïncarnatietheorie nogal bijzonder. Een van de grondgedachten
van het oorspronkelijke hindoegeloof is: hoe meer rijkdom je tijdens je
leven vergaart, hoe beter je volgende leven zal zijn en het brengt je
wellicht naar een hogere kaste. Maar waar natuurlijk spirituele rijkdom
werd bedoeld, denkt men hier in Suriname vooral aan materiële rijkdom.
Hoe meer poen, hoe sneller Brahmaan zeker! Gelukkig kennen we ook genoeg
weldenkende hindoestanen.
De bruiloft was een mooi feest. De bruid niet in het wit zoals we vanuit
de christelijke traditie gewend zijn, maar gekleed in rood als symbool
voor de energie die ze nodig zal hebben om haar taken als getrouwde
vrouw uit te voeren. De bruidegom draagt geel, de kleur van het denken
en handelen op menselijk niveau, want van hem wordt verwacht dat hij
leeft als een goede echtgenoot, vader en burger.
Ook alle familieleden waren schitterend gekleed en iedereen was behangen
met gouden sieraden. We hadden geluk want we arriveerden precies toen de
pandit begon met de voltrekking van het huwelijk. Met gebeden en alle
bijbehorende rituelen zoals wierook, bloemen, offers en vuur.
De traditionele roti-maaltijd daarna was heel smakelijk. Deze wordt
standaard geserveerd aan lange tafels waar je met 20 of 30 man tegelijk
aanschuift. Plastic bord voor je neus plus een metalen beker gevuld met
water. Om te drinken en om later je handen mee te wassen want er wordt
geen bestek uitgedeeld. De keukenploeg loopt langs de tafels, gewapend
met emmers en teilen waarin rijst zit, gele-erwtensaus,
marsala-aardappelen, pompoenpuree, mangochutney en de roti’s natuurlijk.
Er waren 2000 gasten en familieleden en de buren hadden bij elkaar zo’n
3000 roti’s gebakken. Saamhorigheid en burenplicht horen erbij hier (net
zoals de onvermijdelijke doggybag). |
Nadat Oma haar warung (Javaans eethuis)
annex zeilerscafé eind mei had gesloten, hebben we onze stamtafel
verhuisd naar het belendende pand. Ook een warung en voor het gemak ook
weer met een oma aan het roer. Om verwarring te voorkomen noemen we deze
Mae (Sranan voor “oma”).
Mae houdt van lekker koken en ze heeft dus veel aanloop. Wij eten er ook
regelmatig met z’n allen en dan zet ze wel 8 gerechten op tafel.
Een hulpje in de keuken is natuurlijk wel handig. Mae had een poosje een
ongeveer tandeloze Indiaanse dame van 45 maar die kreeg haar congé omdat
ze het etablissement gebruikte als uitvalsbasis voor haar eigen
business: met mannen de struiken in voor 5 euro. Dus P was de nieuwe
ideale assistente (tot het werk aan het huis begon).
Tot het vaste programma behoren: bakabana (bananenbeignets), saté (van
kip natuurlijk), saoto (soep), bami, nasi, loempia’s, kip, petjil
(diverse groenten met pindasaus) en teloh met trie. Teloh is gebakken
cassave en trie zijn kleine gedroogde visjes die knapperig worden
gebakken met peper, tomaat en veel suiker.
Mae vindt dat P zelf wel bij ons huis in Boxel een warung kan beginnen.
De Javaans-Surinaamse keuken is dan ook kinderlijk eenvoudig. De basis
van elk gerecht wordt gevormd door anderhalve deciliter olie (maar door
P drastisch gereduceerd). Gesnipperde ui, knoflook en fijngehakte laos
worden zachtjes gebakken onder toevoeging van een eetlepel zout, een
eetlepel suiker, een halve eetlepel aji-no-moto (smaakversterker), een
bouillonblokje en eventueel tomaten of gestampte rode pepers. Nasi, bami
maar ook groenten, alles wordt gebakken in dit basisprutje. Water is
voor de afwas! We hadden al het idee dat in Suriname tamelijk vet wordt
gekookt, maar het is veel erger dan we dachten. En dan beweert Mae nog
dat ze weinig olie gebruikt.
In Mae’s keuken is het bloedheet want ze heeft dubbele branders en die
staan flink te loeien. Gelukkig komen er tussendoor veel klanten en dan
wordt P afgevaardigd naar de toonbank, want zoals veel ouderen heeft Mae
geen lagere school gehad en ze kan nauwelijks met een rekenmachine
omgaan. Maar marketing is geen wetenschap, bewees ze toen het steeds
drukker werd met zeilboten in Domburg.
Tot op heden was het een Nederlands onderonsje, maar nu hebben onze
oosterburen het paradijs ook ontdekt. En willen net als wij ook wel eens
uitgebreid bij Mae eten, en dan meteen op de Duitse manier als invasie
met een leger van 12 man. Dus we moesten onze stamtafel een avondje
afstaan en opschuiven naar een geïmproviseerd zitje. Mae vond dat niet
echt leuk voor haar vaste klanten en ze wilde helemáál niet dat we
uitweken naar een concurrent; daarom verraste ze ons met een grote pan
van een favoriet nationaal gerecht in Suriname: snert. Mae had wel wat
veel hooi op haar vork dus P hielp met opdienen. Het Herrenvolk
veronderstelde dat P ook weer kwam afruimen of dat de lege borden en
schalen vanzelf pootjes zouden krijgen, maar toen we na een uur
afwachten fijntjes opmerkten dat men alles samen doet hier in Suriname,
kwamen ze direct in actie, want Befehl ist Befehl.
Film snelle rondleiding door
ons huis (7,40 Mb) |
De werkzaamheden aan ons huis zijn begonnen.
Onder het genot van emmers vol mango’s, elke dag zijn er een aantal rijp en
de boom is enorm.
Er zijn er trouwens twee. Onze mango’s zijn erg gewild en regelmatig houden
we uitdeling onder de zeilers en ze vinden ze zaaaalig. En van wat we over
hebben maken we voor straks onderweg naar de Carieb mangomoes. Nou ja “we”;
gezien de verbouwing hebben we geen tijd maar we hebben een samenwerking met
collega-zeilers. Wij leveren de mango’s aan, Sofie maakt ze in en we
verdelen de potjes.
We hebben veel aanloop van nieuwsgierige buren. Ze zijn allemaal heel
aardig. Overbuurvrouw komt dagelijks onkruid weghalen: dagoeblad, groeit 10
cm per dag en de kippen zijn er dol op. Creoolse buurvrouw aan de andere
kant is blij dat er eindelijk leven in de brouwerij is, ze noemt je vijf
keer per minuut "schatje" en dan lacht ze uitbundig haar witte tanden bloot.
Die zijn rijk versierd: drie tanden met goud omlijst en 1 voortand is
ingelegd met een gouden ster.
P regelt de tuin, JW heeft de leiding over alles wat er gebeurt in en aan
het huis. Dus over de werkploeg. Collega-zeilers vinden het leuk om te
helpen, maar de bulk wordt natuurlijk gedaan door ons betaalde personeel:
Wensly en Marius cs: dak, ophogen grond, stenen scheidingsmuur. Deze mannen
zijn lokale figuren. Voordat we met hen in zee gingen, hebben ze ons het
huis laten zien wat ze op dat moment aan het bouwen waren, en dat zag er allemaal
goed en netjes uit. En dat met drie basic gereedschappen: breekijzer, hamer
en zaag; later kwamen er nog een cirkelzaag bij, een 90°haak, meetlint en
waterpas. Wensly is de baas van het stel en hij ziet er super afgetraind
uit. Als hij dat strakke lijf niet heeft opgedaan in een sportschool – wat
waarschijnlijk is omdat die hier in de buurt niet bestaan -, heeft hij het
dus van hard werken. De mannen werken dan ook 10 uur per dag met een half
uur pauze. Heel wat anders dan wat we tot nu toe hebben gezien bij anderen,
waar ze met z’n vieren bijvoorbeeld een een berg zand verplaatsen: eentje
schept zand in de kruiwagen, eentje bedient de kruiwagen, eentje schept het
zand er weer uit en eentje houdt toezicht.
De eerste dag begon al goed. Heeft het wekenlang niet geregend, ligt het dak
er nèt af... plensbui van 2 uur lang. In eerste instantie leek het rampzalig
maar water is maar water en met die paar duizend liter die in huis viel, kon
mooi alle vleermuizenpoep wegspoelen. En de dagen erna weer. Maar ondanks de
regen slaagden onze mannen erin het dakgeraamte in 2 weken klaar te hebben.
Samenwerking is alles!
Op 25 november was het Srefidensi: Onafhankelijkheidsdag, en vierden alle
Surinamers dat het land 31 jaar geleden onafhankelijk werd van Nederland.
Een nationale feestdag en dan werkt er niemand... behalve onze jongens want
die vonden het nodig om toch een halve dag te komen werken. ’s Middags
hadden wij dus ook vrij en togen we naar Paramaribo. Het presidentieel
paleis op het Onafhankelijkheidsplein was prachtig versierd met draperieën
van Surinaamse vlaggen
en veel mensen waren feestelijk uitgedost.
In de Palmentuin de onvermijdelijke kraampjes met eten en drinken, maar ook
veel inheemse kunst en handwerk. We kochten ons eerste meubelstuk: een
granmanbangi, de stoel waarin de dorpsoudste (granman) zetelt in de
bosnegerdorpen in het binnenland. Schitterend gemaakt (met ingebouwd
scharnier!) uit één stuk Savanna-ijzerhart.
|