|
Het toerisme in Suriname concentreert zich
op makkelijk bereikbare plaatsen in het binnenland en het
zeeschildpaddenstrand bij Galibi. Ook wij hebben ons deels laten leiden
door de door touroperators geboden voorselectie en langzamerhand hebben
we het belangrijkste van Suriname wel gezien. Alleen Coronie en Nickerie
stonden nog op de lijst. Vanuit Paramaribo zijn deze districten
makkelijk met de auto te bereiken (afstand naar Nickerie 215 km en de
weg is grotendeels heel behoorlijk), maar toerisme is er bijna niet.
Iedereen beweert namelijk dat er niks aan is, dat er in Nieuw-Nickerie
(de hoofdstad van Nickerie en de op 1 na grootste stad van Suriname)
absoluut niets te beleven is en dat de trip erheen doodsaai is en
verspilde moeite.
Het is altijd beter om zelf poolshoogte te nemen, en onze conclusie is:
Coronie en Nickerie niks aan? Onzin.
Terwijl wij met onze dinghy naar de kant voeren, lag Miep aan haar
ankerboei lekker te genieten van zo'n schitterende zonsopgang zoals we
die hier kunnen hebben als het 's morgens een beetje mistig is.
Samen met Rob en Ingrid Hollander van de Torn Too stapten we weer in het
busje van meneer Twist, die ons in mei (met Marjon) ook naar
Jodensavanna, Brownsberg en Tonka-eiland bracht. Gezelligheid en humor
is bij hem gegarandeerd dus we hadden er zin in. Meneer Twist ook, en
hij had zijn hele netwerk ingeschakeld om in dat zogenaamd saaie Coronie
en Nickerie leuke dingetjes en bezienswaardigheden voor ons te
selecteren.
Zowel Coronie als Nickerie worden voornamelijk bevolkt door
Hindoestanen. De hoofdstad van Coronie is Totness en dat is in april/mei
nogal in het nieuws geweest toen Mulo-meisjes daar bezeten waren door
boze geesten. Ze leden aan zware toevallen en er zijn allerlei
geestenuitdrijvers bezig geweest om schoon schip te maken. Uiteindelijk
zijn kennelijk de juiste bezweringen uitgesproken, de geesten verdreven
en tijdens de ceremonie zijn vlaggen (als Hindoestaans ceremonieel
teken) geplaatst op alle hoeken van het terrein. In elk geval zijn de
geesten verhuisd want in Totness hebben ze geen last meer, maar in o.a.
Afobaka ontstonden vervolgens nieuwe problemen. Maar met de grote
overstromingen in mei zijn de geesten zeker ook weggespoeld, want we
hebben er nadien niets meer over gehoord. |
Coronie staat in Suriname vooral bekend om
de ongekende domheid van z’n inwoners. De Coroniaan is hier wat de Belg
is voor de Hollander, althans er doen allerlei flauwe moppen de ronde in
de trant van: Waarom strooit een Coroniaan ijsblokjes achter zich als
hij naar Paramaribo reist? Omdat hij denkt dat hij dan de weg terug kan
vinden. Flauwekul natuurlijk, in onze ogen zijn Coronianen slim want ze
hebben domicilie gekozen in een prachtig district: landelijk en
gemoedelijk
en de natuurlijke omgeving is inspirerend voor kunstenaars
te oordelen naar het aantal ateliers dat je onderweg tegenkomt en
kunstwerken uit natuurlijke materialen.
Coronie is groen van
kokospalmen, en huizen en landjes zijn veel beter verzorgd dan in de
omgeving van Paramaribo. De natuur is misschien niet zo spectaculair als
in het binnenland, maar dat is het in de omgeving van Paramaribo evenmin
of zelfs nog minder. In Coronie is het ronduit aangenaam toeven.
We lunchten bij mevrouw Wijntuin, een Creoolse huisvrouw type “big mama”
die na de dood van haar man haar kostje is gaan verdienen met
kokkerellen: je kunt er eten afhalen en ze kookt ook op bestelling. Zo
krijgen de arrestanten op het politiebureau dagelijks wat haar pot
schaft; misdaad loont dus toch... Mevrouw Wijntuin heeft een mooie
palmentuin achter haar huis
en maakt (zoals iedereen) haar eigen
kokosolie. Er zijn 25 kokosnoten nodig om 1 liter olie te maken. Maar
het is wel heel lekker! We konden kiezen uit de onvermijdelijke kip,
varken en... leguaan. Die keuze was dus niet moeilijk.
In Nickerie hebben we onze culinaire ontdekkingsreis voortgezet door te
dineren met kwi-kwi, een klein, zwart en zwaar gepantserd visje. De
kwi-kwi is een typisch Nickeriaanse delicatesse, een zoetwatervis die
gedijt in sloten, en daar zijn er veel van in Nickerie. Verder wordt het
landschap bepaald door uitgestrekte rijstvelden. In eerste instantie
denk je dat je sappige, grazige Hollandse weiden ziet (er staan ook
gewoon koeien in) maar nee hoor. De rijstverbouw is zeer wijd verbreid
in Nickerie en hèt centrum van landbouw is Wageningen (de naam kan geen
toeval zijn), waar veel goedgeleide bedrijven opereren. Maar er is ook
veel vergane glorie, want we zagen ook veel rijstpelmolens die reeds
lang buiten bedrijf zijn.
Nickerie is ook beroemd om z’n natuurgebied
Bigi Pan.
Dit moeras is een broed- en overwinteringsplaats voor honderden
vogelsoorten. De rode ibis is het spectaculairst en het is natuurlijk
schitterend als ze met honderden tegelijk over het water scheren, maar
helaas waren we twee maanden te vroeg.
|
Zo kort na de grote regentijd is er nog te
veel water en dan zijn de vogels te zeer verspreid over het watergebied.
Naarmate de droge tijd verder vordert, drogen grote delen van het gebied op.
De vogelpopulatie raakt dan meer geconcentreerd op de vaarwegen en de grote
plas, aangezien ze voor hun eten zijn aangewezen op het water. Maar we
hebben toch wel aardig wat gezien: o.a. vier kaaimannen
(waarvan 2 hele grote), veel soorten roofvogels, reigerachtigen, een mooie
grote uil en allerlei leuke kleine vogeltjes.
Op de terugweg kwamen we gelukkig weer langs mevrouw Wijntuin. Toen we na de
overheerlijke leguaan afscheid van haar namen, zag P namelijk ineens een
enorme bak met levende krabben staan. En aangezien we de volgende dag ook
weer via Totness zouden rijden was de bestelling gauw geplaatst. En de krab
was overheerlijk!
Indianendorpen in het binnenland zijn vaak alleen via het water bereikbaar,
en ook voor Kalebaskreek moesten we in een bootje stappen. In dit zeer
verzorgde dorp namen we voor een nacht ons intrek in een mooi houten huisje.
We werden rondgeleid door het dorpshoofd en die liet ons o.a. zien hoe
cashewnoten groeien. Nu begrijpen we waarom ze zo duur zijn. De noten hangen
aan een schijnvrucht, die ook geplukt moet worden. De noten zelf moeten een
voor een van de schijnvrucht worden verwijderd, gedroogd, gepeld en
gebakken. We zagen ook de geneeskrachtige noni-vrucht
die o.a. zou helpen
in de strijd tegen kanker. Hij ziet er zelf eigenlijk ook een beetje uit als
een akelig gezwel, dus misschien zit er wel wat in. Verder hebben we lekker
rielekst gedaan zoals de Indianen doen: niets; genieten van de natuur, de
tegen de avond overvliegende ara’s (altijd in paren, kijk maar naar het
filmpje en luister naar hun geschreeuw) en de zoveelste schitterende
zonsondergang.
Filmpje overvliegende ara's
Tot slot de Surinaamse taalrubriek met als onderwerp: omkeringen,
misverstanden en onduidelijkheden. Onze vriend Glenn heeft een poosje in
Nederland gewerkt en de eerste dag dat hij daar op zijn werk verscheen
bromde de portier tegen hem: “Morgen”. Waarop Glenn direct rechtsomkeert
maakte om de volgende dag terug te komen. “Ja” betekent meer dan de helft
van de tijd “nee” en “nee” is meestal juist een bevestiging. Groente en
fruit kopen we “onder” de markt, waarschijnlijk ingegeven door het feit dat
markten hier allemaal overdekt zijn. En bij de Lucky Store proberen ze hun
klanten duidelijk te maken wanneer de aanbiedingen precies geldig zijn
d.m.v. een poster met de tekst: “De nieuwe maand begint voortaan altijd op
de 10e van de maand.”
|