|
Trips
naar het binnenland van Suriname zijn in het algemeen nogal kostbaar. Een
tochtje met een reisorganisatie neemt minimaal 3 dagen waarbij je per dag
op 80 tot 100 euro of meer moet rekenen, afhankelijk van de gewenste mate
van luxe en of er een vliegtuigje aan te pas moet komen. Voor Surinamers
zijn trips in eigen land financieel bijna niet haalbaar, want het
gemiddelde netto inkomen is ongeveer 200 euro per maand. De meeste
Surinamers zijn dus nog nooit in hun eigen binnenland geweest. De reisjes
zijn voor buitenlanders en gaan in groepsverband naar toeristenresorts in
de rimboe, waarvandaan ze per bus naar bosnegerdorpen worden vervoerd om
apies te kijken. Arme bosnegers.
Gelukkig zijn er ook andere mogelijkheden om het binnenland te bezoeken.
Je moet het alleen even weten. Wij gingen met de postboot mee.
FOTO
1
De postboot brengt 1x per maand post en noodzakelijke voorraden van
Paramaribo naar Donderskamp. Eigen hangmatten mee, wat eten en drinken en
een fles rum voor de bemanning... en je toert voor een krats op de meest
authentieke manier die maar mogelijk is naar het achterland.
De postboot deed op de heenweg zijn naam niet veel eer aan want we vervoerden
maar 1 brief en een tiental balen rijst; plus een groepje toeristen, bestaande
uit een professionele barkeeper, een ex-NATO-officier, een stel natuurbeschermers,
een gevangenispredikant, een Indiaanse modechoreografe en haar zusje deejay-mc-arowak,
en wij.
FOTO 2
Maar op de terugweg zou de
boot haar bestaansrecht wel bewijzen want toen kregen we 15 Indianen mee
met bijbehorende vracht: lege gasflessen, zakken cassave en awarra’s (vruchten),
vogeltjes in kooitjes, kettinkjes en zelfgeweven hangmatten en vele andere
zaken die ze in de stad aan de man brengen. |
De
route naar Donderskamp voert via het Saramaccakanaal (FOTO
3
op het kaartje rood gekleurd) naar Uitkijk (weer een sluis) en over de
Saramaccarivier (violet op het kaartje). De oevers van de Saramaccarivier
waren een beetje eentonig maar de plaatsen die we passeerden spraken zeer
tot de verbeelding. Wie kan zeggen dat hij op één middag Hamburg,
Groningen, Bethlehem, Batavia, Bombay en Calcutta heeft gezien?!
Vervolgens gingen we de Coppenamerivier (blauw) op en de nacht in. Tegen
de tijd dat we op de Wajomborivier (op het kaartje groen) voeren, werd het
ochtend en konden we genieten van het schitterende landschap van het
dichte parwabos weerspiegeld in het heldere zwarte water.
FOTO
4
Het was zo bladstil dat je echt goed moest kijken om de overgang te zien
tussen beeld en spiegelbeeld, en het enige wat bewoog waren de vogels. We
zagen o.a. een toekan en een ijsvogel; de naam van de laatste refereert
aan de kleur, niet aan zijn leefmilieu. De Wajombo heeft een tamelijk
unieke status in Suriname, want via de Arawarrakreek verbindt hij de
Coppename met de Nickerierivier. In heel Zuid-Amerika bestaan maar drie
van dit soort dwarsverbindingen tussen rivieren (waarvan twee in
Suriname).
De postboot komt maar een keer per maand in Donderskamp, dus het is een
happening van de eerste orde en het hele dorp loopt uit.
FOTO
5
+6
De inwoners van Donderskamp zijn ruim 100 jaar geleden door pater Donders
bekeerd tot het katholicisme, vandaar de naam. Er is toen ook een houten
kerk gebouwd, die nu kennelijk niet goed genoeg meer is want hij wordt
vervangen door een affreus stuk stenen nieuwbouw dat deze maand in gebruik
wordt genomen. Gelukkig blijft het mooie oude gebouw bewaard als museum.
FOTO
7
 |
Twee
dorpsbewoners namen ons mee voor een wandeling door dorp en bos (één
geheel) en ze wezen ons allerlei bijzondere bomen, bijvoorbeeld de walaba
met zijn gigantische peulen die aan de boom hangen als een mobile aan een
plafond in een Nederlandse kinderkamer.
FOTO
8
De Indianen leven van de opbrengst van hun land: ze jagen o.a. op pingo
(soort wild zwijn) en ze verbouwen cassave, groente en fruit: mango,
awarra, bananen en ananas
FOTO
9
.
Het enige wat ze importeren is rijst. En stadse fratsen zoals kleding,
draagbare radio’s en de universele plastic stapelstoeltjes.
De Donderskampers zijn Cariben, naar zeggen de meest oorlogszuchtige
Indianenstam. We werden echter allerhartelijkst ontvangen in de hut van
een van de oudste vrouwen van het dorp en we kregen van haar een demo
katoenspinnen
FOTO
10
, awarrasap te drinken uit een
kalebas
FOTO
11
, cassavebrood en voor
de terugweg een fles kassiri, een alcoholische cassavedrank, niet te
zuipen.
De terugweg met de boot was even genoeglijk als de heenweg en met de
bemanning was het dolle pret. Multi-inzetbare Sem was de hele dag in het
primitieve kombuis aan het kokkerellen
FOTO
12
en hij serveerde twee warme
maaltijden per dag (dat is normaal in Suriname). Deze driedaagse
riviercruise kostte ons 15 euro per persoon inclusief eten. We vragen ons
af hoe lang de postboot nog in de vaart blijft.
Het Surinaamse Nederlands blijft voor ons een bron van vermaak. Onder
(nee, niet op) de markt verkopen ze o.a. harde kip (ouwe soepkip), warme vis (=gerookt),
als we een fietstochtje hebben gemaakt vragen ze of we leuk hebben gewandeld,
we rijden met de dinghy naar de boot en de boot staat in de rivier.
|