|
Paramaribo
is een sfeervolle stad. Het stadsplan komt in eerste instantie een beetje
onoverzichtelijk over. Dit komt doordat de oudste straten zijn gebouwd op
“ritsen”, schelpafzettingen die parallel aan de kust lopen maar in een
hoek van 45° op de rivier; nieuwere straten zijn haaks op de rivier
gebouwd, zoals in de meeste steden gebruikelijk is. De oudste huizen zijn
van hout in koloniale stijl gebouwd en wit geschilderd. De grootste zijn
inmiddels overheidsgebouwen, en dat betekent dat ze gemiddeld redelijk
worden onderhouden. Het levert een specifiek en aantrekkelijk straatbeeld
op.
FOTO
1
Nostalgisch element in dat straatbeeld zijn de ouderwetse ANWB-wegwijzers.
FOTO
2
Fort Zeelandia
FOTO
3
is het beroemdste historische bouwwerk dat Paramaribo rijk is. Het dateert
uit de 17e eeuw en heette oorspronkelijk Fort Willoughby, genoemd naar de
Engelse gouverneur die Suriname in handen had voor de Nederlanders het
overnamen. Op 6 maart 1667 werd Suriname overgedragen aan admiraal
Crijnssen, die het fort vernoemde naar het schip waarover hij het bevel
voerde. De Engelsen kregen in ruil de kolonie Nieuw Amsterdam, het latere
New York. Nu is er het Surinaams Museum gevestigd, met als onderwerp de
Surinaamse geschiedenis van stenen speerpunt tot nu. Hoogtepunt is een
audiovisuele presentatie die de geschiedenis van één plantage vertelt,
gezien door de ogen van een Engelse soldaat die als plantage-eigenaar een
van zijn slavinnen trouwde en vrijkocht.
De beroemde Palmentuin
vlakbij het fort is ook een bezoekje waard. Het ziet er typisch uit zo
middenin de stad en het is er heerlijk toeven onder de hoge bomen.
FOTO
4
De omgeving van Fort Zeelandia is Bakra City bij uitstek, waar alle Nederlanders
neerstrijken op een terras voor een Parbo-biertje. |
Een
paar straten verder voelen we ons veel meer thuis: tussen de lokale
bevolking een lekker broodje bakkeljauw voor 60 cent.
Tegenover Paramaribo ligt het district Commewijne, dat is dus aan de overkant
van waar wij met de boot liggen. Commewijne bestaat uit allemaal plantages
en het is leuk om er per korjaal naartoe te gaan.
FOTO 5
Met diezelfde korjaal worden overigens
alle mogelijke zaken aan- en afgevoerd: bijvoorbeeld bankstellen heen,
en sinaasappels en bananen terug. Op de plantages zelf rijden vaak geen
auto’s en geschiedt het vervoer per bromfiets.
FOTO 6
We bezochten Laarwijk, een plantage
verdeeld in 150 percelen. Natuurlijk groeien daar de onvermijdelijke bananen
en sinaasappels, maar ook enorme bossen bamboe met stammen van 10 cm doorsnee.
FOTO 7
En de koning van alle bomen: de
kankantri met zijn indrukwekkende plankwortels. De kankantri kan wel 50
m hoog worden met een stam van 2,5 m doorsnee. De wortels zijn extreem
wijd vertakt en zo creëert de boom zijn eigen ruimte, hetgeen hem een
extra koninklijk aanzien geeft.
FOTO 8
De kankantri wordt beschouwd als een magische boom; voor de Boslandcreolen
is het de woonplaats van voorouders en als er bijvoorbeeld in het dorp
een kindje dood wordt geboren, wordt het onder de kankantri begraven.
Een kankantri wordt niet omgehakt. Wil men een weg aanleggen en staat
er een kankantri in de weg, dan wordt niet de boom geveld maar krijgt
de weg een andere route om de boom heen. De kankantri die wij tegen het
lijf liepen, is minstens 300 jaar oud en wordt liefdevol verzorgd door
de man die er vlak naast woont. Hij zit vaak bij de boom en dan praten
ze een beetje. En hij houdt de boom schoon want zoals bij alle bomen groeit
er van alles langs de stam en de takken, en dat verwijdert hij met zijn
houwer. |
Raakt
hij de boom daarbij per ongeluk, dan zegt hij natuurlijk sorry. Hij zorgt
ook voor de bananenbekvogels die graag hun ingenieus gevormde nest bouwen
in de kankantri.
FOTO
8A
Op Laarwijk genoten we van de weelderige vegetatie
FOTO 9A
en de sprookjesachtig vreemde oeverbegroeiing.
FOTO
10A

Ze zijn hier dol op feesten. Toen de plaatselijke vissers binnenkwamen met
een reuzevangst, vonden ze dat een goede aanleiding voor een visbakfestijn
voor crew plus familie en alle andere zeevarenden in de buurt, de zeilers
dus. Een typisch Surinaams feest want alles liep door elkaar: Hindoes,
Javanen, Creolen en Bakra’s.
FOTO
11A
Koude drankjes waren er volop en ook aan ijsblokjes was gedacht. Er werd
een enorme wok opgesteld onder het voordek met ernaast een ijsbox vol
verse filets van dagoetiki, ook wel “hondetandjes” genoemd, schol en
gamba’s. Eén van de vissers, Sander (de eeuwige gangmaker), had een
lekker beslagje gemaakt plus drie soorten sausjes en frituurde
onvermoeibaar lekkerbekjes voor alle opvarenden (zo’n 50 man). Waar eten
wordt bereid is JW zoals bekend niet weg te slaan en hij sprong zo nu en
dan een beetje bij (van mosselenkoker tot dagoetiki-bakker).
FOTO
12
Alle bijbootjes waren mee zodat we met z'n allen op het strandje (helaas
een Bakra-resort) konden landen. Helaas kwamen er onderweg diverse peuken
in ons bijbootje terecht waarvan 1 een brandgat heeft gemaakt in de bodem
van ons bootje. Onze dinghy heeft zo'n harde opblaasbare bodem, maar hij
blubberde aan alle kanten toen we ’s avonds weer richting Miep gingen.
De volgende dag gauw weer gerepareerd.
|