|
Uitgewuifd
door de huisschildpad (1 meter doorsnee en minstens 100 jaar oud) en van
Sal naar het 35 mijl zuidelijker gelegen Bõa Vista gezeild. Niet zo’n
kale steenmassa, maar mooie duinen en parelwitte zandstranden rond smaragdgroene
baaien. Deze tekst kon zomaar afkomstig zijn uit een reisbrochure en inderdaad:
Cabo Verde is een toeristenoord in opkomst. Het zal vast niet lang meer
duren of de resorts rijzen als paddestoelen uit de grond en chartermaatschappijen
komen met goedkope vluchten, en dan is het uit met de pret. Het is nogal
logisch want de temperatuur is heerlijk: 25-30°C en er waait continu een
fris windje; de mensen zijn vriendelijk, de sfeer is uitstekend
FOTO
1
,
criminaliteit zijn we tot nu toe niet tegengekomen en de maritieme leefomgeving
is relatief onbedorven: veel koraal, veel vis. Omdat
de watertemperatuur bovendien buitengewoon aangenaam is: 22°C,
is snorkelen een van onze dagelijkse bezigheden. Je hoeft trouwens niet
te snorkelen om veel vissen te zien. Elke ten anker liggende boot heeft
namelijk z’n huisvissen en hier op Bõa Vista hebben we er duizenden die
onder Mieps dikke buik schaduw zoeken – of een veilige haven, want het
barst hier van de vogels die op die visjes jagen. Het is leuk om onder
water te zien hoe zo’n school in formatie beweegt alsof het één grote
vis van 3 kubieke meter is.
FOTO
2
Cabo Verde is rijk aan vis
FOTO
3
,
maar andere voeding is beperkt verkrijgbaar en duur: voor 4 tomaten betaal
je 2 euro. |
In de mini-mercado’s wordt voornamelijk voedsel in blik verkocht,
o.a. boter en margarine. Dat laatste komt natuurlijk uit Nederland en
design jaren ’50. Remia margarine adverteert hier in Afrika met een
frisse Hollandse deerne in de stijl van Hans Borrebach; een regelrechte
belediging voor de Afrikaanse bevolking en voor ons om je dood te schamen
dat onze landgenoten kennelijk vinden dat elke investering te veel is. FOTO
4
De
eilanden zijn beslist de moeite waard om grondig te bekijken. De meeste
toeristen nemen een taxi maar wij pakken gewoon de minibusjes en pick-ups
waar de lokale bevolking gebruik van maakt en als ze naast Crioulo en
Portugees ook Engels spreken, vertellen ze van alles over het land (en
Senegal, want er zijn hier erg veel Senegalezen). Ze willen altijd
onmiddellijk weten waar we vandaan komen en vinden het leuk te horen dat
we uit Nederland komen, want vaak zijn ze daar zelf ook geweest. De
Kaap-Verdianen zijn namelijk een zeevarend volkje en Rotterdam kennen ze
op hun duimpje.
In Cabo Verde moet je je eisen niet te hoog stellen. Internetten is moeizaam
want veel webverbindingen bevinden zich nog in het stadium van het digitale
karrespoor. Ook de elektriciteit is weinig betrouwbaar en kan
zomaar ineens uitvallen. Niemand die ermee zit en niemand die er verbaasd
over is, het hoort bij het leven van alledag. En als het in een restaurant
gebeurt terwijl ze toevallig net jouw aardappeltjes aan het frituren zijn,
heb je pech en krijg je ze halfrauw op je bord; maar wel geserveerd met
een glimlach, want die valt nooit uit. |
Sal
Rei is de hoofdplaats van Bõoa Vista. Het is een gezellig dorp met een
groot marktplein en veel kleine winkeltjes. Aan de buitenkant kun je niet
zien wat er wordt verkocht want vanwege de hitte gebeurt alles
binnenskamers. Dus je steekt je hoofd maar om een deurpost en dan zie je
het vanzelf. Net als in Palmeira op Sal is in de oude stadswijk aan de
haven stromend water nog niet doorgedrongen. Dé plek van samenkomst is de
gezamenlijke wasplaats, voor ons een mooie gelegenheid om ons door de
overtocht nogal zoutige beddengoed eens lekker te boenen in een van de
betonnen wastobbes.
FOTO
5
+6
De motor had ook nog een eindejaarsverrassing voor ons in petto: carter
en cilinders vol zeewater, maar het fijne is dat we ons tegenwoordig steeds minder
uit het veld laten slaan. Een toevallige ontmoeting met de Italiaan Luca
(osteria "Blue Marlin", Boa Pesca vistrips, vastgoed) bracht ons
in contact met wel drie monteurs, waarvan eentje het werk meteen de
volgende dag ging uitvoeren. Na 7 uur arbeid en enige wanhoop was ons groene monster weer
aan de gang.
Het frequenteren van Luca’s restaurant heeft ons niet alleen een
gerepareerde motor opgeleverd, maar ook het recept van tonijntartaar ,
ons inmiddels favoriete voorgerecht in de Blue Marlin. Tonijn is de
gehaktbal van de Kaap-Verden maar dit gerecht is een traktatie en
bovendien supermakkelijk te bereiden aan boord. Jammer dat we geen
voorraad Italiaanse witte wijn hebben om erbij te serveren!
|