|
De
afstand tussen de Canaries en de Kaap-Verdische eilanden is 750 mijl; een
kleine week zeilen. Tijdens de trip hebben we flink wat e-mailtjes verstuurd over
hoe het allemaal ging aan boord. Een on-line en bijna "live"verslag dus. Lezen?
Klik 
Na
een zeiltocht van precies 6 dagen en 6 uur kwamen we aan op het eiland
Sal, het meest noordoostelijke eiland van de Kaap-Verdische eilandengroep.
De Kaap-Verden behoren net als de Azoren, Madeira en de Canaries tot de
Atlantische eilanden, waarvan is vastgesteld dat ze – hoewel ze een heel
eind uit elkaar liggen – eens tot hetzelfde stukje aardkorst hebben
behoord. Maar dat was miljoenen jaren geleden, al blijven deze eilanden
overeenkomsten vertonen qua vegetatie en micro-klimatologische
omstandigheden. Naar analogie van Porto Santo dat ten noordoosten van
Madeira ligt en even kaal is als Madeira groen, en het barre Lanzarote dat
ten noordoosten van de andere veel groenere Canarische eilanden ligt, is
ook Sal een kale bende. Het eiland bestaat uit wat vulkanisch gevormde
bergen en een boel zand en kale stenen.
Wij liggen geankerd in de baai van
Porto da Palmeira, een dorp waar ongeveer 500 mensen wonen. Negen straten
en dan heb je het wel gehad.
|
Het is er rustig want er is hier gewoon niet veel. Een schooltje, een
mini-supermarktje, een groentemarkt (zeg maar rustig: 1 groentekraam),
twee restaurantjes en aan de haven een bar “type kiosk” waar de plaatselijke
jongeren rondhangen. In de fontenario kun je water halen, want stromend
water is hier niet. Gratis voor de dorpelingen, de yachties moeten (terecht)
een paar dubbeltjes betalen.
FOTO
1
Cabo Verde is meer zwart Afrika dan Marokko dat is. Marokko is natuurlijk
een Arabisch bolwerk, maar hier heb je allemaal vrolijke negers. Niks
geen onderdrukte gesluierde vrouwen, hoewel de meisjes van 16 hier wel
vaak een baby op hun heup dragen dus ook hier zijn de mannen de baas.
Het inklaren is een wassen neus, voor 1 euro hadden we allebei een stempel
in ons paspoort en dat was dat. Dat hadden we niet verwacht van een land
dat tot voor kort onder Portugees bewind viel.
De Fiddlesticks ligt weer broederlijk naast ons en na een dagje bijkomen
en naar het anker duiken (ter controle of het goed vast zat), hebben we
de bus gepakt naar het wat grotere dorp Santa Maria aan de zuidkant van
het eiland.
Santa Maria beschikt over een heuse historische bezienswaardigheid:
FOTO
2
een antieke (= half ingestorte) steiger uit de 19e eeuw waar de |
slaven vanuit Senegal
over aan land werden gebracht om te worden gelucht en ontluisd alvorens ze
weer werden ingescheept om hun reis naar Brazilië te hervatten. Een
weerzinwekkende gedachte. Nu wordt de steiger gelukkig uitsluitend
gebruikt als ontmoetingsplaats, waar vissers hun vis verkopen.
FOTO
3
Wat opvalt is dat men hier sterk is gericht op uiterlijkheden. Hoewel ze
geen cent hebben om hun gat te krabben, vinden ze het superbelangrijk om
er goed uit te zien, en er wordt een hoop geld besteed aan kleding.
Jongens doen opdrukoefeningen op het strand, en meisjes hebben hun haar
prachtig gevlochten en voorzien van leuke decoraties, dragen moderne hippe
kleren en vooral mooie felle kleuren, die prachtig staan bij hun diepbruine huid. Die kleuren vind je ook terug in de decoraties op en in
de huizen en cafés, want de muren zijn vaak erg mooi en/of geestig
beschilderd. FOTO
4
De Kaap-Verdianen zijn dol op kleur, ze zijn creatief en zo hebben ze hun kale woonomgeving
gemaakt tot een vrolijk geheel waar het aangenaam
toeven is. De muziek helpt ook een handje, want je hoort overal rielekste,
ritmische muziek. De
mensen hier leven op straat en vooral tegen het einde van de dag is het
een drukte van belang. Afrika leeft! FOTO
5
+6
|