|
Hoog
tijd voor vakantie na een jaar hard werken op de boot. Met de bus via
Marrakesj (4 uur) naar Ouarzarzate over de Hoge Atlas heen (5 uur).
De Atlas is de streek van de Berbers, de oorspronkelijke bewoners van
Marokko voordat de Arabieren kwamen in 700 A.D. Het
bergmassief is op z’n hoogste punt meer dan 4000 m hoog en de bergen
zijn steil en met haarspeldbochten alom. Helaas hebben Marokkanen nogal
veel last van wagenziekte.
In Ouarzarzate namen we ons intrek in een goedkoop hotel, waar slapen
bijna net zo problematisch is als voor anker in een onrustige baai; het
verkeer valt ’s nachts niet stil en het was ook nog eens bloedheet
(overdag 35-40°, ’s nachts 30°). Er zijn twee mogelijkheden: raam open
en de volle mep qua lawaai, of raam dicht en stikken van de hitte.
Het toeristische hoogseizoen is van februari t/m mei, met nog een klein
piekje in september en oktober. Mooi voor ons, want nu konden we een 4-daagse
rondreis boeken langs alle bezienswaardigheden voor een buitengewoon
schappelijke prijs. Per
Mercedes-busje (met airco) en nog één medepassagier: Sergio
(Italiaan).
Van
Ouarzarzate reden we naar het zuidoosten door een zeer gevarieerd
landschap. Van kaal, bruin en zwart
FOTO
1
gaat
het in de buurt van Agdz over in de lieflijke en groene Vallée du Drâa,
die helemaal vol staat met palmen. |
Hier
worden dadels gekweekt - en langs de weg verkocht
natuurlijk. Van de Drâa was helaas niet veel meer over; alle rivieren
achter de Atlas-bergen drogen in juni bijna geheel op.
Aan het einde van de vallei ligt Zagora, de poort naar de
woestijn. Hier staat ook het beroemde bord “Timboektoe 52 dagen” (per
kameel) FOTO
2.
Even ten zuiden van Zagora begint de woestijn.
Temperatuur >40° en je kon niet op blote voeten in het zand lopen.
Kinderen deden het wel, om geld te vangen uiteraard.
FOTO
3
Op de terugweg naar Ouarzarzate maakten we een verkoelende wandeling tussen de palmen in de
Oase du Drâa, het groenste gedeelte van de vallei. We hadden meteen een sleep jongetjes
FOTO
4
om
ons heen, die ons de weg wezen en dromedarissen en gazelles vouwden van
palmbladeren.
Ouarzarzate heeft de bijnaam “Hollywood of the Desert”. Daarom wierpen
we na de trip door de vallei een blik op de Atlas-studio’s, waar o.a.
“Lawrence of Arabia” is opgenomen. Ook de nabijgelegen kasbahs zijn
decor in films, evenals de lokale bevolking die als figuranten worden
ingehuurd. Kasbah Aït Benhaddou is de beroemdste, maar helaas vervallen
en verlaten. In Kasbah Tamdakhte (17e eeuw) FOTO
5 is ook
veel gefilmd, en deze kasbah is bewoond door vijf gezinnen en een
bezoek waard want hij is grotendeels in tact en goed onderhouden. |
Op
dag twee gingen we vanuit Ouarzarzate naar het noordoosten. Daar ligt de
Vallée du Dadès, bijnaam Vallée des Roses (bloeitijd: mei, dus we waren
te laat) en Valley of a thousand kasbahs.
Kasbah Amerdihl
FOTO
6
is
een mooie kasbah en prijkt misschien daarom op het 50 DH biljet en op een
pak jus d’orange. Sommige delen zien er nieuw uit, andere afgebrokkeld.
De pisé, het leem waarmee de muren zijn besmeerd, wordt namelijk steeds
weggespoeld door de regen. Het geldt voor alle kasbahs en huizen die op
die manier worden gebouwd: ze zijn onderhevig aan verval als gevolg van de
elementen. De muren worden continu aangesmeerd met vers leem; het is een
eeuwig proces van verval en wederopbouw. Storten de muren volledig in, dan
verhuis je gewoon. Berbers zijn en blijven nomaden.
De grootste stad in de Vallée du Dadès is Boulmaine du Dadès. Als
rasechte Italiaan is Sergio (onze medereiziger) natuurlijk verzot op
messen, en hij wilde graag een Berber-mes kopen. Maar met een Italiaan is
het niet makkelijk onderhandelen, dus de verkoper had een zware kluif aan
hem. FOTO
7
De rotsen rond de Dadès zijn ronduit spectaculair en onder leiding van een
gids maakten we een gevaarlijke “wandeling”, met een hoop klim- en balanceerwerk;
vermoeiend maar geweldig leuk!
FOTO
8
9,
10 EN 11
.
De derde dag vertrokken we naar de Gorge du Todra: een enorme kloof.
FOTO
12 |