|
Na
wat te hebben rondgekeken in en rond El Jadida, nam Ahmed ons mee naar
zijn familie op het platteland. Eerst per “grand taxi” naar de soukh.
Een grand taxi is een ouwe rammelbak van een Mercedes, die plaats biedt
aan 7 personen: de chauffeur plus 2 passagiers voorin, en 4 achterin; je
betaalt per plaats dus je kunt ook de hele taxi afhuren en ruimer zitten.
Een soort dodemansrit bracht ons bij een plattelandssoukh FOTO
1,
waar de boeren hun groenten en vee verkopen. Het geheel is overdekt met
tenten en dat is nodig ook, want al een klein beetje landinwaarts word je
geconfronteerd met een blakerende zon en zinderende hitte (40-45°C).
In
de theetent FOTO
2
ontmoetten we alvast enkele van de honderden familieleden van Ahmed (op de
foto met petje), die ons vervolgens meetroonden richting hun boerderij.
(Nadat we groente FOTO
3
en het vlees voor de couscous en de rest van de week voor hen hadden
aangeschaft.) Allemaal in de muilezelkar, hobbeldebobbel over een met
stenen bezaaide landweg. De muilezelkar is hèt vervoermiddel en ze rijden
op het scherpst van de snede; met inhaalmanoeuvres en al. FOTO
4
|
We
waren te gast bij Ahmeds neef Bouzjei en
zijn gezin FOTO
5-12
Wat een hartelijke en gastvrije mensen zijn dat! Het communiceren ging via
Ahmed als Franssprekende tolk, met wat Arabische woordjes tussendoor en
wat handen- en voetenwerk. De openheid waarmee ze ons tegemoet traden en
de vriendelijkheid die we ondervonden waren hartverwarmend. In de ogen van
een “beschaafde” Europeaan bezitten deze mensen niet veel. Maar ze
hebben een goed hart, hetgeen tevens wordt gereflecteerd door hun
prachtige gezichten, bijzondere ogen en mooie en gelukkige uitstraling.
Hun dieren zien er uitstekend verzorgd uit, de stallen zijn schoner en
gezelliger dan we in Nederland tot nu toe hebben gezien, en hoe ze dat
allemaal voor elkaar krijgen zonder elektriciteit en stromend water, is
hun levenskunst.
’s Winters wordt er op het land gewerkt, waar men graan verbouwt. Verder
hebben ze melkkoeien, kippen, wat schapen, ezels en een paard (voor de kar).
In het zomerseizoen wordt niet op het land gewerkt; alleen de verzorging
van de dieren. Die worden ’s morgens om 5 uur voor een paar uur in de wei
gezet, en dan binnengehaald om ze tegen de hitte te beschermen. Rond 5 uur
’s middags, als de temperatuur wat draaglijker wordt, worden ze weer “uitgelaten”.
’s Middags zit iedereen binnen; er wordt eindeloos geouwehoerd, thee gedronken
en genoten van alle heerlijkheden die door de vrouwen worden gepresenteerd. |
Het
gezin van Bouzjei bestaat uit vader, moeder en 6 kinderen, waarvan 4 meisjes.
De oudste twee dochters wonen niet meer thuis en de derde dochter (Imen,
17) drijft samen met haar moeder het huishouden en zorgt voor de kleintjes.
Omdat je weet hoe haar verdere leven zal verlopen en omdat het ook nog
eens een leuke, mooie en slimme meid is, vinden wij buitenlanders het
jammer dat zo’n meisje geen kansen heeft om zich verder te ontplooien.
Maar het is nu eenmaal zo en ze doet haar werk op een ongelooflijk energieke
en blijmoedige manier.
De vrouwen zijn continu in de weer. Ongeveer 10x per dag wordt er thee
geserveerd; 2x per dag ontbijt, 2x lunch (waarvan de tweede lunch couscous
is of een tajine) en rond 8 uur ’s avonds nog een tajine. Aan elke consumptie
gaat handenwassen vooraf, dus dan gaat Imen rond met een keteltje water,
een teiltje en een handdoek. Hetzelfde ritueel na elke maaltijd. Water
halen (uit de put), koken (op houtvuur), afwassen, schoonmaken... ze bezitten
de gave om het ongemerkt te doen en alles ziet er spic en span uit.
’s Avonds zit het hele gezin onder het afdak. Dan wordt er een rieten
mat op de stenen gelegd en iedereen zit op tapijten en dekens. Een paar
kaarsen erbij, de schapen en de lammetjes scharrelen nog wat rond op het
erf; het was alsof we in een kerststalletje zaten.
We bleven logeren en mochten de volgende morgen pas vertrekken na plechtig
te hebben beloofd dat we over 2 weken weer komen logeren. |