Noord-Spanje

We pakken de draad weer even op in Baskenland, Noord-Spanje. Baskenland is een Spaanse provincie, maar de Basken zelf beschouwen het als een onafhankelijk land (Euskadi) en vechten daar ook voor. Ze hebben een eigen taal die in niets op Spaans lijkt; indien het enige relatie heeft met andere Europese talen, dan is het met Fins en Hongaars. 
Buitengewoon aardige mensen, trouwens langs de gehele noordkust. De vissers beschouwen je niet als een hinderlijk element maar meer als collega, dus we voelen ons wel thuis. 
Het communiceren in het Spaans gaat best aardig. Vooral in kleine haventjes moet je echt wel even vragen waar je mag aanleggen en van havenmeesters (en liggelden) hebben ze hier nog niet gehoord, dus we regelen onze zaken met de vissers.

Qua zeilen is het een lastig gebied: nu eens keiharde wind (uit de verkeerde richtig), dan weer windstil… en immer geplaagd door de deining, die de boot continu stillegt. We hebben daardoor flink wat dagen aan wal doorgebracht en o.a. Gernika, Bilbao en Santander bezocht. Stuk voor stuk prachtige steden, met Bilbao als favoriet. We hebben zelfs even cultureel gedaan en het Guggenheim museum bezocht.
FOTO 1+2  

FOTO 3 Maar we “moeten” nou eenmaal naar de Carieb dus koers naar Kaap Finisterre. Beetje zenuwachtig want het ding heeft een roemruchte reputatie. De kust hier draagt de omineuze bijnaam "Costa del Morte",want het is een gevaarlijke kust. De naam krijgt extra cachet als je denkt aan de enorme milieuramp met die olietanker een paar jaar geleden, waarvan de sporen nog steeds zichtbaar zijn op de rotsen. De vissersboten zijn compleet overhuifd en met schuifpuien aan de zijkant om de golven (en de olie?) buiten te houden. Wij houden de moed erin door onszelf tijdens het zeilen zo nu en dan de trakteren op een cd van het Simplisties Verbond. 
Waar we trouwens erg aan moeten wennen is dat we hier rekening moeten houden met bijna 10 graden magnetische variatie. En dat gaat nog meer worden naarmate we westelijker komen!

Onze zeilboot is ons huis geworden, de zee onze wereld. Politieke en economische ontwikkelingen ontgaan ons volledig, en het enige wat we van de Olympische Spelen hebben meegemaakt was een stukje paardendressuur toen we in Santander voor een etalage naar de tv konden kijken. 

Of jullie ons over een jaar nog herkennen? Marijke stelt het zich als volgt voor (Suriname 2005): “JW met een lange grijze baard, tabaksblad van de plantagebomen plukkend en oprokend... P, graatmager met zeemeerminnen-lang haar met het hoofd in de radio al Spaans sprekend en vloekend over de soldeerbout gebogen...”
Nou, zo erg zal het niet worden.

Onze sociale contacten breiden zich uit, want we beginnen onze collega-wereldomzeilers tegen te komen. Herkenbaar aan de windvaanstuurinrichting en de spullen die aan dek zijn vastgesjord. Qua uiterlijk variëren ze van spic & span & opgeruimd tot eersteklas uitdragerij. Het laatste type boot is vaak voorzien van een Franse vlag. 
Het brengt gezelligheid en leven in de brouwerij, en veel uitwisseling van informatie en tips. Niet alleen over belangwekkende zaken zoals meteo en navigatie, maar ook onderlinge wijnproeverijen om uit te vinden welke wijn het goedkoopst en toch drinkbaar is. De Britten houden het op literpakken van 80 eurocent, wij op flessen van 1,50.


FOTO 5 De meest verrassende ontmoeting was wel met Ewoud Eijssen, 18 jaar, vaart solo in een Etap 22 om een rondje "Med" te gaan doen van een jaar. Uitstekend voorbereid, niets ontgaat hem, een doorzetter en vooral een buitengewoon aardige jongen. Het is natuurlijk vermoeiend zeilen op zo’n klein dobberding, dus de gezamenlijke diners a/b Miep –overigens niet zonder zijn inbreng- bevielen uitstekend! (Ons ook.)

Jullie denken natuurlijk dat we alleen maar luieren, maar niets is minder waar.  Wij zijn niet van alle gemakken voorzien zoals jullie thuis, met wasmachine, centrifuge, droger... eerlijk handwerk! Dus ziet ook onze boot er regelmatig uit als een trekkerstent. FOTO 6

Vorige      Volgende