Naarmate we
zuidelijker kwamen werd het natuurlijk warmer, en eenmaal de Kreeftskeerkring
gepasseerd heb je weinig kleren meer nodig. Zeilpakken komen vrijwel
alleen uit de kast om even te luchten, of hooguit een zeilbroek als het 's
nachts een beetje vochtig is.
Tot de Kaap-Verden (15°N) was het allemaal prima uit te houden. Maar
onderweg naar Suriname ongeveer op 10°N begon de hitte als een dikke
deken op ons te liggen. En in Suriname branden we zo nu en dan van
onze boot af en de hitte is ook moeilijk uit de boot te krijgen. Overdag
is het hier 33° en in de grote droge tijd (augustus t/m november) loopt
de temperatuur op tot 37-40°. 's Nachts koelt het maar nauwelijks af.
Goede isloatie van romp en dek werkt dan ineens tegen je en dan is het 's nachts
te warm om binnen te
slapen. |

|
We hadden
natuurlijk al onze bimini, maar die beschermt alleen de kuip en dat is in
de tropen niet genoeg. Daarom hebben we de boot ingepakt in
"schaduwgaas". Dit blokkeert 80% van de zon terwijl regen en
wind er gewoon doorheen komen. Het dek warmt dan wat minder op. Maar een
100% dicht dekzeil voldoet ook en misschien zelfs beter, omdat dat meer een
windtunneleffect creëert.
Ventilatie is ook
belangrijk, ook al om schimmel (meeldauw) te voorkomen. We hebben een
windscoop die we in het voorluik kunnen plaatsen, maar voor een snelstromende rivier
hebben we eigenlijk het verkeerde model. Dan moet je het type met vier
windtunnels hebben, zodat hij lucht pakt in elke positie t.o.v. de wind. Over het voorluik
gesproken, dat hebben we direct na aankomst in Suriname omgedraaid, dus
scharnieren aan de achterkant.
In een computerwinkel hebben we twee kleine ventilatortjes gekocht. Eentje
gemonteerd bij ons bed, en eentje in de navigatiehoek. Ze gebruiken
gemiddeld maar 0,015 A en het werkt patent. |